Toby Alderweireld is een product van Germinal Beerschot Antwerpen, een club waar Ajax enkele jaren intensief mee samenwerkte en ook Jan Vertonghen in de pubertijd bij wegplukte. Vanavond staat voor het hart van de Ajax-defensie een speciale wedstrijd op het programma: een eerste van twee knock-out duels met Anderlecht, de grootste club uit hun geboorteland.

Het AD in gesprek met Toby Alderweireld.

Hoe is het om als Belg uit te kijken naar Anderlecht – Ajax?
,,Ik heb er veel zin in. Dit zijn twee wedstrijden waar het er echt om gaat met twee aanvallend ingestelde ploegen. Ik verwacht een mooie wedstrijd waarin wij een beetje arrogantie moeten tonen.”

Arrogantie?
,,Durf. De lef om op de helft van de tegenstander te voetballen. Als we ons niveau halen, zullen we sterker zijn. Europees gezien voelen we ons gesterkt door de overwinning in Milaan.”

Je was vorig seizoen onbetwist basisspeler, maar kwam in dit voetbaljaar vaker op de bank te zitten dan je lief was.
,,Ik vond dat niet terecht. Oké, ik was niet zo top als vorig seizoen, maar ik had geen wedstrijd dat ik een 3 of 4 speelde, het was altijd een 6 of 7. Ik ben altijd bewust geweest van mijn kwaliteiten. Dat hield me sterk in de tijd dat ik even niet speelde. Ik heb me op het veld teruggeknokt, al onder Martin Jol.”

Frank de Boer zei een paar jaar geleden: ‘Toby Alderweireld kan de nieuwe Jaap Stam worden’. In hoe verre ben je op weg?
,,Zo’n icoon, daar mag ik mezelf niet mee vergelijken. Ik moet wel streven naar dat niveau. Het gaat ook steeds beter. Als je kijkt naar mijn leeftijd, ik ben pas 21. Dan heb ik best veel ervaring. Zeker met wedstrijden als AC Milan-uit. Daar word je zoveel beter van. Dat zijn tien eredivisiewedstrijden in één keer.”

Kom je na anderhalf seizoen in Ajax 1 anders binnen bij de nationale selectie?
,,Dat wel, al moet ik daar zeker mijn kans afwachten. Op mijn positie spelen in België wereldtoppers. Ik denk dat Nederland heel blij zal zijn met zulke centrale verdedigers als Kompany, Vermaelen en Van Buyten, da’s net een niveautje hoger dan Ajax.”

Je hebt wel eens gezegd: Ik ben geen mens om voetballer te zijn.
,,Ik ben graag thuis. Een familiemens. Toen ik op mijn vijftiende naar Amsterdam verhuisde, moest ik mijn familie achterlaten. Ik ging kapot aan heimwee. Zaterdag in de namiddag haalde mijn vader me op na de wedstrijd, zondagavond zes uur bracht hij me weer terug. Zat ik huilend in de auto. Mijn ouders wilden me aanvankelijk ook niet laten gaan. Ze vonden het te vroeg. Mijn oudste broer Steve heeft toen tegen mijn ouders gezegd: ‘Geef hem deze kans, want die krijg je nooit meer’. Ik mocht gaan, maar drie maanden later sloeg de realiteit me in het gezicht.”

Je wilde terug.
,,Ja, maar mijn vader zei: ‘Je hebt de eerste stap gezet, nu niet opgeven’. Hij bracht me terug. Daar ben ik hem nóg dankbaar voor. Zelf heeft hij een moeilijke jeugd gehad. Vroeg van huis om andere redenen, maar van niets iets opgebouwd. Met vallen en opstaan, maar wel doorzetten anders word je een sukkelaar.”

Hoe zwaar was het?
,,Je wordt snel volwassen. Het waren de eerste jaren lange dagen, van half acht ‘s morgens tot acht uur ‘s avonds. Eerst een kwartier lopen, dan de metro nemen, nog een metro nemen, tram nemen, kwartier lopen, naar school, opgehaald met een busje naar Ajax, trainen, eten, studeren, weer trainen, en weer naar huis. Was je gesloopt. Daarnaast mis je je thuis en kon je jezelf niet zijn. Je praatte anders, moest je aanpassen. En met zo’n accent werd je in de Bijlmer meteen afgemaakt. Gelukkig kon ik het op het veld allemaal van me afzetten.”

Je bent nu zes jaar in Nederland, in hoeverre ben je verhollandst?
,,Ik zeg meer wat ik denk. Andere mensen moeten dan maar zien wat ze daarmee doen. Beetje lef tonen. Een beetje van ‘hier ben ik’. Een mix van bluf en bescheidenheid. Ik voel me verbonden met Nederland, met Amsterdam.”

Je hebt diverse tatoeages, wanneer verscheen de eerste?
,,Op mijn zeventiende, ik zat in de A1. De namen van mijn broers, Steve en Sven. Mensen vragen me vaak: zijn zij dood? Nee, maar ik zal nooit vergeten wat zij voor mij betekend hebben.”

Je hebt een schilderij op je arm laten tatoeëren van Michelangelo, een afbeelding van God.
,,Hij heeft God geschilderd, zoals hij hem zag. Dat beeld had ik ook altijd. Het is een uiting van mijn geloof. Daar loop ik niet mee te loop, maar ik schaam me er ook niet voor. Ik weet ook niet of het de juiste manier om dat zo te tonen, want in de Bijbel staat dat je lichaam rein moet blijven. Clean. Niet dat ik met alle dingen in de Bijbel eens ben, al probeer ik ‘m wel te lezen en te begrijpen. Maar ik geloof op mijn eigen manier.”

En wat is die manier?
,,Ik wil een goed mens zijn, en daar doe ik mijn best voor. Ik ben geen heilige Antonius, maar ik doe niet bij mensen wat ik zelf ook niet zou willen dat ze bij mij doen. Ik wil mensen helpen. Kan ook moeilijk nee zeggen. En zég ik dan nee, dan heb ik er dagenlang last van. Dat zit in mij. Ik wil zo eerlijk mogelijk zijn, ook al gaat het niet altijd.”

En op het veld?
,,Nou, schelden en schoppen doe ik niet. Ik word niet zo heel snel boos. Ben geen vechtersbaas, in de zin van daar ga ik iemand op zijn bek slaan. Dat machogedoe zit niet in mij. Ik ben wel een knokker, maar dan in de zin van een doorzetter.”