Een loopgravenoorlog is waarschijnlijk de beste betiteling voor de huidige machtsstrijd bij Ajax. Twee kampen liggen al maanden in een patstelling tegenover elkaar. Vanuit de loopgraven worden vaak wekenlange beschietingen gedaan om de tegenstander te verzwakken. Daarna volgt een aanval, meestal zonder noemenswaardig succes. Met hun laatste aanval, waarin Louis van Gaal als ware het gifgas uit de hoge hoed getoverd werd, leek de Raad van Commissarissen even wat op te schieten, maar de verhoudingen zijn inmiddels weer hersteld. Tussen de twee kampen in ligt de Amsterdam Arena erbij als een waar slagveld.

Geen heiligen

In de media waren beide partijen deze week maar al te graag bereid uit te leggen waarom de tegenpartij zo ongelofelijk achterbaks was. Vooropgesteld: als je als een team samenwerkt, dan is het asociaal om één van je leden buiten te sluiten bij je belangrijkste taak: het aanstellen van een algemeen directeur. We moeten echter niet gaan beweren dat de fluwelen revolutie van Johan Cruijff zo ongelofelijk fluweel is verlopen. Het kamp Cruijff zou ongetwijfeld beweren dat dit noodzakelijk was om eindelijk verandering door te voeren. Ongetwijfeld waar, maar het probleem is dat de tegenpartij exact hetzelfde beweert. Uit de ethische discussie komt helemaal niets voort.

In het slepende conflict kunnen we allerlei nuances aan gaan brengen, waardoor de ene partij er niet iets gunstiger uitkomt dan de andere, maar dat is allemaal zo zinloos. In dit hele conflict heeft niemand zich gedragen als een heilige, dus laten we ophouden met die nutteloze discussie. Het is allemaal een kwestie van de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet.

Door deze nutteloze ethische discussie lijken we uit het oog te verliezen waar het daadwerkelijk om gaat: voetbal. Ooit begon Cruijff deze fluwelen revolutie omdat hij het voetbal van het eerste elftal niet om aan te zien vond en hij zich grote zorgen maakte over de jeugdopleiding. Voor deze visie is in de pers echter amper ruimte geweest, omdat men te druk bezig was met de onderlinge vuilspuiterij. Daarom leggen we nog eenmaal heel helder de filosofie van Cruijff uit. De keuze is daarna simpel: wil je dat Ajax geleid wordt zoals de afgelopen vijftien jaar of scharen we ons massaal achter de filosofie van Cruijff.

Dat is namelijk waar het hier daadwerkelijk om gaat: voetbalvisie. Een inhoudelijke discussie daarover is vele malen interessanter dan het ethische geblaat in de ruimte, dat we nu al maanden moeten aanhoren. Cruijff zei het zelf op fraaie wijze in gesprek met Rik van den Boog: “Ajax is geen liefdadigheidsinstelling.” Ajax is namelijk een voetbalclub, dat wordt nog wel eens vergeten.

Klant is koning

Om de filosofie van Johan Cruijff goed te kunnen begrijpen, is het eerst nodig het basisprincipe dat eronder verschuilt gaat te begrijpen. Vanaf dat basisprincipe wordt zijn filosofie heel erg rechtlijnig opgebouwd. Zo rechtlijnig en logisch zelfs dat er vrijwel geen speld tussen te krijgen valt. Je vraagt je zelfs bijna af waarom niet alle clubs de visie van Cruijff blindelings zijn gaan volgen.

Het enige antwoord ligt simpel genoeg in het onderliggende basisprincipe. Bij de meeste clubs is de klant namelijk niet koning, maar zijn de bestuurders dat zelf. Ze gaan voor succes op de korte termijn en na hen de zondvloed. Wanneer zij, briljante bestuurders, op de korte termijn succes weten te boeken met onverantwoordelijk risicovol beleid, dan zullen die blinde supporters wel als een stel domme schapen achter ze aanlopen.

Zo niet bij Johan Cruijff. Dit vanwege een kernmerkende Cruijffiaanse redenering. Als bedrijf ben je er immers voor je klanten. Een voetbalclub is tegenwoordig helaas een bedrijf, dus is een voetbalclub er voor zijn klanten. Deze klanten willen het liefst aanvallend voetbal zien, dus ga je aanvallen. Da’s logisch.

Om op de juiste manier aanvallend voetbal te spelen, heb je een goede jeugdopleiding nodig. In deze opleiding moet de basistechniek gegarandeerd worden, zodat de trainer van het eerste elftal er aanvallend mee kan voetballen en zich bezig kan gaan houden met details. Tevens is een jeugdopleiding de goedkoopste manier om aan goede voetballers te komen en daar ook nog eens dikke winsten op te maken.

Door de toenemende publieke belangstelling en de sterke jeugdopleiding, kan succes haast niet uitblijven. Dit succes, in combinatie met het aanvallend voetbal en de kansen voor de jeugd, verhoogt weer de reputatie van de club, waardoor het steeds makkelijker wordt goede jeugdspelers aan te trekken. Zo ontstaat er een domino-effect van positieve reacties rond de club. Op het eind van de rit heb je een succesvol team, met aanvallend voetbal en een goed gevulde bankrekening.

Zo simpel is het vaak bij Johan Cruijff. Maak je klant koning en zij zullen jou koning maken. Als alle leden van het maatschap – te weten publiek, spelers, jeugdspelers en ouders van jeugdspelers – dit inzien en de gezichten dezelfde kant op krijgen, dan volgen de investeerders, sponsors en het grote geld vanzelf. Geld verdienen is in de filosofie van Cruijff dus geen doel op zich, maar een logisch gevolg van fantastisch voetbal.

Filosofie

Inhoudelijk gaat de filosofie van Johan Cruijff nog een stuk verder dan puur aandringen op aanvallend voetbal en een goede jeugdopleiding. Onderscheidend aan de filosofie van Cruijff is de focus op het optimale rendement van het individu. Beter dan wie ook begrijpt El Salvador dat je individuen moet laten spelen in hun kwaliteit. Daar moet het hele elftal zich op richten.

Essentieel daarbij is het maken van meters en het benutten van ruimtes. Als je Cruijff over tactiek hoort praten, dan gaat het altijd over het spel met ruimte. Legendarisch is zijn interview met Tom Egberts rond het EK 2008, waarin Cruijff zijn filosofie kernachtig uitlegt: “Als je balbezit hebt moet je het veld zo groot mogelijk maken en als je balverlies hebt moet je het veld zo klein mogelijk maken. Verdedigen is een kwestie van hoeveel ruimte moet ik verdedigen. Als ik die hele tuin moet verdedigen, dan ben ik de slechtste. Als ik dit stukje moet verdedigen, dan ben ik de beste. Alles heb te maken met meters, meer niet.”

Cruijff heeft er een hekel aan als zijn spelers teveel meters moeten maken. Op die gedachte is het hele totaalvoetbal gebaseerd, zoals Rinus Michels het in 1974 al uitlegde: “Als de rechtsback opkomt en de bal wordt verloren, dan kan hij vijftig meter terugsprinten naar zijn eigen zone. Hij kan alleen ook de speler die op dat moment in zijn zone staat opvangen. De rechtsmid hoeft vervolgens maar tien meter terug te lopen om in de zone van de rechtsback te staan. Dat noem ik dus totaalvoetbal.”

Doordat de aanvallers vanwege het gedachtegoed van Cruijff minder meters hoeven te maken, zijn ze aanvallend in staat een hoger rendement te behalen. Daar stopt het echter niet mee. De manier waarop deze spelers aangespeeld worden is tevens essentieel. Zo mag een buitenspeler nooit een bal aangespeeld krijgen van een back. De buitenspeler staat dan immers met zijn rug naar zijn directe tegenstander en het speelveld toe. Het maakt een individuele actie onmogelijk en het is vragen om blessures.

Daarom wil Cruijff altijd met de punt naar achteren spelen. Als je met twee verdedigende middenvelders speelt, dan blokkeer je de opbouw, omdat er geen driehoekjes meer gemaakt kunnen worden. Vervolgens moet je gaan opbouwen via de backs en dat levert vrijwel altijd balverlies op. Daarnaast heb je met de punt naar achteren bij balverlies achterin een man over. In een gesprek met Frank de Boer overtuigde Cruijff hem van deze visie. De Boer wisselde vervolgens zijn punt naar voren in voor de punt naar achteren.

Exceptioneel

Het mooiste aan de werkwijze van Cruijff is dat het zoveel ruimte laat voor het exceptionele. De legendarische nummer veertien probeert deze spelers niet aan te passen aan het team, maar past het team aan deze exceptionele speler aan. Als een buitenspeler een individuele actie heeft, dan moeten zijn medespelers ervoor zorgen dat hij die actie kan maken. Wanneer dit een keer lijdt tot balverlies, dan moeten zij dat probleem als team zien op te lossen. Een buitenspeler staat er immers om een actie te maken en niet om geen fouten te maken. Spelers die iets proberen lopen nou eenmaal het risico om te falen. Wanneer je nooit iets probeert, dan zal er echter ook nooit iets gebeuren.

Belangrijk is daarom de balans tussen creatieve spelers en waterdragers. In zijn ideale elftal heeft Cruijff vijf creatieve spelers en vijf waterdragers. Deze vijf creatievelingen mogen fouten maken, maar dan moeten ze wel beslissend zijn. Als het hele elftal ervoor zorgt dat een buitenspeler in een direct duel met zijn tegenstander komt, dan mag er wel verwacht worden dat deze daarvan profiteert. Soms leidt dat tot conflicten, maar goede spelers worden uiteindelijk op deze wijze optimaal uitgedaagd om het maximale uit hun kwaliteiten te halen.

De rol voor de waterdragers is geheel anders. Zij moeten vooral simpel spelen, geen fouten maken en zich dienstbaar opstellen naar de creatievelingen. Opmerkelijk genoeg leidt dit ertoe dat deze waterdragers in hun taak ook boven zichzelf uitstijgen. Simpelweg omdat er niet meer van ze verwacht wordt, dan datgene waar ze goed in zijn. Voetballen in je kwaliteit. Zij begrijpen de volgende fameuze uitspraak van Cruijff als geen ander: “Voetballen is heel simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen.”

De beste speler wordt door Cruijff het hardst aangepakt. Simpelweg omdat Cruijff begrijpt wat het is om de beste te zijn. Hij snapt als geen ander dat je juist deze speler extra moet uitdagen. In de jeugd laat hij zijn beste spelers meedoen met hogere jeugdelftallen, zodat ze zowel op de trainingen als in de wedstrijden meer weerstand ondervinden. Hierdoor leren deze spelers zich wapenen op fysiek en mentaal gebied.

Ook in het eerste elftal wordt van de beste spelers meer geëist dan van de andere spelers. Fameus is de wijze waarop Johan Cruijff met Marco van Basten omging, toen deze zijn belangrijkste pupil was bij Ajax. In 1987 kwakkelde Van Basten echter met blessures, waardoor hij niet meer zijn optimale rendement haalde. Cruijff was best bereid hem rust te geven in de competitie, zolang Van Basten maar presteerde in de Europa Cup II en de beker. Marco van Basten: “Toen hij die afspraak maakte zei hij: ‘Als je die bekers niet voor ons pakt, dan sloop ik je.’” Van Basten begreep de boodschap en maakte de winnende in de finale van de Europa Cup II. Ook de beker werd gewonnen.

Voor net doorgebroken jeugdspelers tellen deze eisen nog minder, zo herinnert Dennis Bergkamp zich: “Hij plukte me van de bank en zei heel simpel: ‘gewoon doen wat je ook bij de jeugd doet. Je staat op rechts. Huppekee.’ Ik heb veel aan hem te danken. Hij beschermde me. Ik herinner mij een wedstrijd tegen Den Haag. De eerste helft stond ik rechtsbuiten. Aan de overkant zat het beruchte Den Haag-publiek. Normaal zou ik in de tweede helft aan die kant hebben gespeeld. Maar dan wisselde Cruijff me in de rust. Terwijl ik echt niet slecht speelde.”

Voetballers

Graag laat Cruijff zijn filosofie vertolken door oud-voetballers. Zij weten wat er van voetballers verlangd wordt in de absolute top en zijn daarmee bij voorbaat in mentaal opzicht van waarde. Jeugdspelers houden ervan om naar oude voetbalverhalen te luisteren. Daarnaast zijn oud-voetballers in staat spelers op voetbaltechnisch gebied dingen bij te brengen, in plaats van enkel tactisch en teamgericht te werken. Het liefst laat Cruijff dit doen in individuele trainingen, zodat er de maximaal aandacht is voor het individu. Het zijn immers individuen die debuteren en niet elftallen.

Daarnaast zorg je er met het intensief betrekken van oud-voetballers bij de jeugdopleiding voor dat er veel knowhow en netwerk behouden blijft voor de club. Wanneer je een speler van FC Zwolle wil aantrekken, kan het bijvoorbeeld erg handig zijn eerst contact op te nemen met Jaap Stam, die daar veel ingangen heeft.

Warmte

Een niet te onderschatten aspect van de filosofie van Cruijff is de warmte die de club moet uitstralen. Cruijff weet namelijk uit eigen ervaring hoe belangrijk dit is. Zijn vader overleed toen Cruijff nog zeer jong was en de jonge belhamel groeide vervolgens op in De Meer, waar zijn moeder werkte. De jonge Johan werd in feite opgevoed door de spelers van Ajax. Dat was zijn familie en Cruijff wil terug naar dat familiegevoel. Daarvoor is het belangrijk dat spelers, oud-spelers, trainers, jeugdspelers en ouders van jeugdspelers de Toekomst zien als een warme plek waar zij graag vertoeven. Het voetbalveld als tweede thuis, zoals het dat ook voor Cruijff geweest was.

Resultaten

De resultaten van de werkwijze van Cruijff zijn verbluffend. In de tijd dat Cruijff actief was bij Ajax en FC Barcelona als technisch directeur kwamen er grote aantallen goede jeugdspelers binnen. Zo zijn acht van de dertien spelers die met Louis van Gaal de Champions League wonnen ooit binnengehaald door El Salvador. Bij Barcelona flikte Cruijff daarna hetzelfde kunstje. Spelers als Xavi, Iniesta, Puyol, Valdes en Guardiola kwamen onder zijn supervisie binnen.

Critici beweren dat dit vroeger misschien succesvol kon zijn, maar dat dit tegenwoordig niet meer kan. Zij zouden eens een bezoek moeten brengen aan La Masia, het jeugdcomplex van FC Barcelona. Daar is alles ingericht naar de filosofie van Cruijff en voor de resultaten hoeven we slechts onze televisie aan te zetten. Met een elftal dat bol staat van de jeugdspelers betovert Barcelona de hele wereld.

Natuurlijk moeten we niet verwachten dat direct dezelfde kant opgaat. We hebben momenteel niet de financiële middelen om onze jeugdspelers lang genoeg vast te houden. De jeugdspelers die wel doorbreken zijn echter ook geen wereldtop. Daar kan wel degelijk verandering in worden gebracht en dan zijn zelfs incidentele successen in Europa mogelijk. Met het budget van Ajax en de juiste visie is het bereiken van de absolute top in Nederland in elk geval reëel.

De Toekomst

Hoewel de media je soms anders willen doen geloven, zijn de eerste resultaten van de koerswijziging, ingezet door Johan Cruijff, al zichtbaar. Zonneklaar is in elk geval het grote aantal oud-spelers dat sinds dit jaar weer bij de club betrokken is. Stuk voor stuk grote spelers die zich weer inzetten voor de club, ondanks dat ze soms ook bij andere clubs een functie bekleden. Dat is mooi om te zien.

Mede door de komst van deze oud-spelers is de individuele begeleiding voor jeugdspelers veel intensiever geworden. Spelers krijgen al vanaf de onderbouw individuele begeleiding, waarmee de basistechniek van deze spelers gegarandeerd wordt. Kijkend naar het gebrek aan basistechniek van sommige spelers in het eerste elftal is dat in elk geval een zeer positieve ontwikkeling.

Daarnaast trainden deze week enkele spelers van de E1 en zelfs één speler van de E2 mee met de D1. Dit was onder de visie van Jan Olde Riekerink onmogelijk, aangezien het meetrainen van spelers uit de E1 met de D1 het resultaat van beide elftallen zou kunnen ondermijnen.

Belangrijkste ontwikkeling is echter dat er weer meer met de bal getraind wordt en zeker in de onderbouw alles gericht is op techniek. Niet langer worden spelers nog voor hun groeispurt lastig gevallen met de meest ingewikkelde fysieke trainingsprogramma’s. Het plezier staat in de opleiding eindelijk weer centraal. Je ziet aan spelers weer af dat het leuk is om bij Ajax te voetballen. De commentaren op de veranderingen die Cruijff reeds heeft doorgevoerd zijn vrijwel unaniem lovend.

Cruijff was echter nog niet klaar. Ook de scouting en de medische staf moesten er nog aan geloven. Qua scouting zegt een verhaal over een talentendag in de tijd van Cruijff eigenlijk alles. Daar liep namelijk een jongetje rond die werkelijk geen bal had aangeraakt. Iedereen was ervan overtuigd dat die niet nog een keer moest meetrainen, maar Cruijff sprak zijn veto uit. Zolang hij geen bal geraakt had, konden ze ook niet stellen dat hij niet kon voetballen. Op de vervolgtraining bleek hij er niets van te kunnen, maar Cruijff had wel de creativiteit getoond waarmee je moet scouten. Voor Tonnie Bruins Slot lijkt er een unieke mogelijkheid te liggen om deze jeugdscouting te hervormen naar het inzicht van zijn leermeester.

Qua medische begeleiding dringt Cruijff aan op een mentaliteitsverandering. De laatste jaren sukkelt de eerste selectie van Ajax met vele spierblessures en dit jaar is dat niet anders. Cruijff wil dat, net zoals bij FC Barcelona, de focus komt te liggen op het voorkomen van blessures en niet op het genezen hiervan.

Keuze

Hoewel de leden van het anti-Cruijff-kamp u anders willen laten geloven is dit de daadwerkelijke keuze waar Ajax voor staat. Kiezen we voor de ingezette weg, die eerder heeft aangetoond tot grote successen te kunnen leiden, van Johan Cruijff of gaan we terug naar de doodlopende weg die Ajax aan de rand van de afgrond heeft gebracht?

Voor mij is deze keuze snel gemaakt. Ik kies voor de filosofie van Cruijff. Niet alleen omdat de legendarische nummer veertien een icoon is, maar vooral omdat zijn filosofie in het verleden een garantie voor succes is gebleken en ook ditmaal zijn vruchten begint af te werpen. Ondanks alle tegenstand die Cruijff heeft moeten ondervinden. De jeugdopleiding van Ajax is op dit moment een ontluikende bloem en we mogen niet toestaan dat deze doodgetrapt wordt door bestuurders die niet begrijpen wat voor fundamentele wijzingen Cruijff aan het doorvoeren is. Daarom schaar ik me achter de filosofie van Johan Cruijff. Dat is namelijk het enige wat op de lange termijn in het belang van Ajax is.

En Vincent zag het koren,
en Einstein het getal,
en Zeppelin de Zeppelin,
en Johan zag de bal.

Toon Hermans