Scorende Ajacieden, het is altijd heerlijk om te zien. Ik betrap me er zelf op dat ik – naast het uitvoerig bekijken van de goal – ook steeds vaker let op het juichen. En de laatste tijd geniet ik daar best wel van. Er zijn overigens heel wat verschillende soorten manieren van juichen.

Zo heb je het juichen waarbij de ontlading van de wedstrijd er uit komt, het juichen waarbij de dank vooral uitgaat naar de assist-gever, het ‘stoïcijns’ juichen, het juichen met een dansje voor de supporters, het juichen mét de supporters of het juichen met passie voor de club.

Over de laatste twee wil ik het nu even hebben. Er zijn dit jaar een hoop spelers die lekker kunnen juichen: Donny van de Beek, Matthijs de Ligt, Lasse Schöne, Klaas Jan Huntelaar, David Neres, Justin Kluivert, maar ook de stoïcijnse juich van Kasper Dolberg en het ‘vliegtuigje’ van Siem de Jong hebben zo hun flair. En laten we vooral ook het juichen van André Onana niet vergeten na een doelpunt. Ook al heeft hij de goal zelf niet gemaakt hij kan zo zijn hele eigen helft over sprinten met gebalde vuisten in de lucht.

 

Maar als het om het juichen gaat, is één van de absolute uitblinkers dit seizoen toch wel Donny van de Beek. Wat mij betreft mag Donny elke wedstrijd scoren. Niet alleen omdat ik hem als persoon en als speler hoog heb zitten, maar ook vanwege zijn manier van juichen. Het logo vastpakken, het logo kussen en met een vuist op zijn borst slaan. Het kan zo allemaal in één juich zitten, zoals ook zondag het geval was tegen PSV. Maar ook de juich tegen NAC Breda (0-8-zege) richting het uitvak was heerlijk. En wat te denken van zijn juich in De Kuip, waar hij na het doelpunt van Huntelaar even liet zien welke club het allermooist is.

 

Uiteraard zijn de goals van iedere Ajacied altijd fijn, begrijp me niet verkeerd. Maar de passie waarmee Van de Beek juicht voor zijn en onze club is gewoon fantastisch. Als persoon heeft hij al heel wat meegemaakt en moeten doorstaan. Natuurlijk met wat zich afgelopen zomer heeft afgespeeld binnen de club, maar ook met wat er is gebeurd in zijn gezin met zijn jongere broer. Als kind van de club heeft hij al heel wat jaren in het wit-rood-wit mogen spelen en gelukkig ook mogen juichen. Als ik het iemand gun om veel te juichen, dan is het Donny wel. Dat we nog maar lang van je manier van juichen mogen genieten, Donny! Ik krijg er in ieder geval geen genoeg van.