© Proshots

Op 14 december 1986 maakte hij zijn debuut in Ajax 1 tegen Roda JC. In de Meer. Een 17-jarig ventje, doordrenkt met Amsterdamse bravoure. Hij deed er niet lang over om van de Meer zijn thuis te maken. Hij werd voor het publiek een graag geziene gast in het oude Ajax-stadion. Hij bereikte een heldenstatus. Een status die hij zou achterlaten in de Meer. Nog voordat Ajax het stadion verliet, koos Bergkamp voor een buitenlands avontuur. Hij zou nooit als Ajax-speler in actie komen in de Amsterdam ArenA. Als speler van Arsenal bezocht hij de ArenA wel, bijvoorbeeld in februari 2003. De uitslag (0-0) spreekt boekdelen: Bergkamp hoorde niet in de ArenA, Dennis hoort bij de Meer. Hij is dan ook de laatste Ajax-held die nooit als Ajacied in het nieuwe stadion speelde.

Veel mensen denken terug aan Bergkamp als een magiër, een baltovenaar. In zijn begintijd in de Meer viel echter vooral zijn scorend vermogen op. De klinische afronding, zijn neus voor de goal. In de loop der jaren groeide hij uit tot de frivole voetballer die we nu kennen. Hij werd de koning van de stift en misschien wel de meest gracieuze speler die Ajax ooit gekend heeft. Hij is bovendien de enige voetballer die tot grote hoogtes wist te stijgen, zonder te vliegen.

Dennis Bergkamp werd een speler die zich de bal eigen maakt, een speler die de bal met een ogenschijnlijk simpele aanraking zijn wil oplegt. Aanraking is eigenlijk nog te grof verwoord. Dennis Bergkamp was een streler. Een speler die de bal aait alsof hij hem liefheeft. Als wederdienst voor het zo liefdevol behandelen van de bal, deed het ronde stuk leder precies wat zijn baas, Dennis Bergkamp, wilde dat hij deed.

Het kind van de Meer was een stilist. Een man die sonates schreef met zijn voet, een dichter onder de schlagerzangers. De volmaakte rust en het gemak waarmee hij de bal beroerde was pure promotie voor het voetbal. Het was een warme kop chocolademelk na een wandeling in de winter. Het was erotiek.

De huidige assistent van Frank de Boer is niet alleen een Ajax-held. Overal waar hij kwam, veroverde hij de harten van de voetballiefhebber. De non-flying Dutchman kon Engelse commentatoren kreten doen uitslaan waarvan ze zelf niet eens wisten dat ze dat konden. Het waren orgastische kreten met meerdere ingrediënten. Een mengeling van bewondering, verbazing, gelukzaligheid en ongeloof. En dat alles in één teug zuurstof die de stembanden gedurende twee seconden doet trillen. Hij kon dat, Dennis Bergkamp.

Het is niet vreemd dat ook van Highbury afscheid werd genomen vlak nadat Bergkamp afzwaaide. De herinneringen aan de voetbalkunst van de onnavolgbare nummer 10 gingen met het stadion mee het graf in, veilig opgeborgen. Het voetbal dat Bergkamp speelde is niet gemaakt voor een hypermodern stadion. Hij maakte kunst, bedoeld voor een gezellig, knus stadion. Als ware het een huiskamer met schemerlicht en een knisperend haardvuur waar wordt geluisterd naar prachtige symfonieën. De derde symfonie van Dennis, de Bergkamp Passion. Bergkamp zette zijn handtekening in het gras van Highbury, vlak voordat Arsenal de overstap maakte naar het Emirates stadion. Net zoals hij dat deed in de Meer. Want daar begon het allemaal, in de gezellige Amsterdamse huiskamer genaamd de Meer.