Mitchell Donald doorliep de hele jeugdopleiding van Ajax, om begin 2007 te debuteren voor de Amsterdamse club. Momenteel is hij de aanvoerder van Rode Ster Belgrado. “Toen ik 9 jaar was kwam ik via de Talentendagen bij Ajax terecht. Ik kijk terug op een geweldige periode bij de club. Er zijn weinig clubs in Nederland die je met Ajax kan vergelijken. Ajax is Ajax. Ik ben een echte Ajacied, dat gaat er nooit uit. Ik maakte mijn debuut onder Henk ten Cate. De eerste keer gevraagd worden voor het eerste, mijn eerste goal, het tekenen van mijn eerste contract… Ik heb veel mooie momenten beleefd bij de club. Maar het mooiste moment was toch wel mijn debuut tegen Werder Bremen op 14 februari 2007”, vertelt de middenvelder op de clubsite.

Noodlot
Anderhalf jaar later sloeg het noodlot toe. Donald liep een zware blessure op. “Ik scheurde mijn kruisband tegen Inter Milan op het Amsterdam Tournament. Daar is door Ajax TV een documentaire over gemaakt, met het idee dat spelers er later van konden leren. Het gaf een uitstekend beeld van een lange revalidatie. Mensen konden zien hoe ik ermee omging en wat ik deed om terug te keren.”

Uiteindelijk lukte het hem niet om definitief door te breken bij Ajax. “Het lag niet aan 1 ding. Ik heb toentertijd laten zien dat ik op het niveau mee kon. Als jonge speler heb je ook een beetje geluk en tijd nodig. Maar uiteindelijk heeft het met jezelf te maken. Het is zo lang geleden, dus ik koester geen wrok, totaal niet zelfs. In de eerste jaren voelde ik het gemis. Je bent gewend aan de club als je er 13 jaar zit. Het was zo normaal om de Toekomst of het dek van de ArenA op te rijden. Nee, nu mis ik het niet meer. Uiteindelijk is het ook een verdienste om zo lang voor Ajax gespeeld te hebben. Natuurlijk wilde ik het anders afsluiten, want ik wilde belangrijk zijn en prijzen winnen met de mooiste club van Nederland.”

‘Ajax was alles voor me’
Maar in plaats daarvan speelde hij in de jaren daarna tégen Ajax. “Dat was heel gek. Ik speelde een bagger wedstrijd. Het voelde echt heel, heel raar. Ik wil het niet pijnlijk noemen, maar het kwam er dicht tegen aan. Ajax was alles voor me. Als je dan verhuurd wordt en tegen Ajax speelt, dan sta je ineens tegenover je droom. Dat is een realitycheck. Dat is het professionele wat er bij komt kijken en hoort erbij.”