Christian Eriksen hupt een beetje op zijn stoel. Hij heeft haast, er wacht hem iets nieuws.

Hij krijgt zodadelijk de tweede les Spaans van zijn leven. “In de eerste les heb ik geleerd om te zeggen: Hallo, ik ben Christian. In de tweede les ga ik leren zeggen dat ik uit Denemarken kom, denk ik. Of: hoe is het?”

Eriksen heeft ervaring met het leren van een vreemde taal. Het Nederlands waarin hij bij Ajax dagelijks communiceert, spreekt hij ook pas twee jaar. Als hij net zo snel Spaans leert als Nederlands, kan hij zich over een maand of drie redden in Madrid of Buenos Aires. “Ik heb geen talenknobbel, maar ik verveel me nogal snel”, zegt Eriksen over zijn linguïstische interesse. “Je hebt als voetballer best veel vrije tijd en die probeer ik nuttig te besteden. Een beetje leren zorgt er ook voor dat je niet de hele dag aan voetbal denkt. Die afwisseling bevalt me goed.” Dat Eriksen uitgerekend Spaans wil leren, heeft ook met het vervolg van zijn loopbaan te maken.

Als de curve van de teenager uit Middelfart zich zo blijft ontwikkelen als in de vorige twee seizoenen, dan eindigt Eriksen in de Europese top, en die is sterk vertegenwoordigd in Spanje. Vorig jaar werd hij bij Ajax verkozen tot jeugdtalent van de Toekomst, maar hij kon de prijs niet in ontvangst nemen omdat hij met Denemarken in Zuid-Afrika vertoefde voor het WK, waar hij de jongste speler van het toernooi was. “Het is heel snel gegaan in 2010”, zegt Eriksen. “Mijn debuut voor Ajax in januari, het WK in de zomer en daarna de Champions League.”

De komst van Frank de Boer heeft de loopbaan van Eriksen op het einde van 2010 een forse doorstart gegeven. De opgestapte trainer Martin Jol zei al dat Eriksen het grootste jeugdtalent was dat hij ooit op de velden aantrof, maar in het spelsysteem van Jol en in de schaduw van Luis Suarez kon de jonge Deen niet echt ontbolsteren.

Vanaf zijn eerste dag bij het eerste elftal heeft De Boer van Eriksen het kernpunt van Ajax gemaakt. Hij is de onbetwiste nummer tien. De lichtvoetige spelverdeler is de belangrijkste apostel van het voetbalevangelie van De Boer. “Dat Christian de man zou worden, merkte je al in de eerste week van De Boer”, zegt ex-Ajacied Urby Emanuelson. “De trainer was weg van hem.” De herschikking van de hiërarchie in de selectie is ook Eriksen zelf niet ontgaan. Sinds de trainerswissel beweegt hij zich gemakkelijker in de groep en hij overwon de vormdip die hij na het WK kreeg. “De komst van De Boer is heel goed geweest voor Eriksen”, vindt de Deense bondscoach Morten Olsen.

Zelf is Eriksen nuchter over zijn snelle doorbraak. Hij is niet het type dat van één zwaluw zomer maakt. De nummer tien heeft karakterologisch soms trekjes van de droogkomische Jari Litmanen. Zo antwoordde Eriksen na zijn sterke optreden in de Boers eerste wedstrijd in San Siro op de vraag of hij wist dat hij tegen grote Europese ploegen zo kon uitblinken: “Ja, dat wist ik wel. Ik lees de kranten en daarin stond dat ik een heel groot talent was.” En aan de vooravond van het duel met PSV bevestigt Eriksen dat het duel vanwege de grote belangen de belangrijkste wedstrijd is die hij in zijn prille carrière zal spelen. “Maar als je me die vraag had gesteld voor mijn eerste interland of voor mijn eerste wedstrijd in de Champions League, had ik waarschijnlijk gezegd dat dát mijn belangrijkste wedstrijd was.”

Wat verder opvalt, is de sportiviteit van Eriksen. Zijn wendbaarheid en tweebenigheid doen soms denken aan Wesley Sneijder, maar Eriksen is niet het type speler dat over de bal tackelt of tegenstanders uitscheldt. “Ik heb in mijn hele leven, inclusief alle jeugdwedstrijden, één gele kaart gehad”, zegt Eriksen. “Tegen Giorgio Chiellini van Juventus, en dat was nog een onterechte gele kaart ook.”

Bron: PZC                          Foto: afdb.nl – Oscar