Op het ogenblik dat De Boer in de rust van Ajax – AZ nog niet in het kleedlokaal was, nam Theo Janssen alvast het woord. ‘Ik heb het over mentaliteit gehad, over strijd. Dat had ik in het veld trouwens ook al gezegd. Toen de trainer binnenkwam zei hij dat we moesten laten zien dat we het Ajax-shirt waard waren.’

Opnieuw was reparatie noodzakelijk. Ajax kwam in alle competitieduels op vreemde bodem op achterstand en veroordeelde zichzelf tot een inhaalrace. Die beroerde traditie werd zaterdag voortgezet. ‘Weer moesten we ons terugvechten in de wedstrijd. Dat moet echt anders’, zo neemt Janssen in het AD een voorschot op het cruciale tweeluik met Dinamo Zagreb in de Champions League. Ajax zal moeten bikkelen op de Balkan.

De routinier eist scherpte. ‘Tegen AZ wonnen we geen duels en verloren te gemakkelijk de bal. Als iedereen bezig is met vrij lopen en je raakt de bal kwijt, dan komen zij er met twee, drie passes doorheen. Dat leverde inderdaad behoorlijke discussies op’, zo refereerde hij aan de woordenwisseling met aanvoerder Jan Vertongen na de 0-2. ‘Maar het druk zetten moest met z’n allen.’

Janssen had recht van spreken. Eindelijk vertolkte de Arnhemmer een voortrekkersrol die hij bekroonde met de gelijkmaker. De ‘terugkeer van Theo’ was niet los te zien van zijn ‘nieuwe, oude’ positie. Bij afwezigheid van Kolbeinn Sigthórsson had De Boer zoals verwacht Siem de Jong in de spits gezet, werd Christian Eriksen naar rechts gedirigeerd en schoof Janssen een linie op.

Voor het eerst sinds de strijd om de Johan Cruijff Schaal galmde zijn naam weer door het stadion. Janssen stond nu symbool voor de ‘revival’ van Ajax dat terugkwam uit een geslagen positie, met tien man.

Met zijn rake afstandsschot, waarbij de bal op verraderlijke wijze tweemaal stuiterde, redde hij een punt en werd hij voor het eerst uitgeroepen tot ‘man van de wedstrijd’. Zijn vreugde-explosie na de goal vertelde alles. ‘Lekker, zeker na de afgelopen maanden waarin iedereen negatief was over mij.’