Ajax zorgde dinsdagavond opnieuw voor een enorme stunt door Juventus in eigen huis met 1-2 te verslaan en hield de Champions League-droom nog altijd in leven. Het jonge elftal van Erik ten Hag doet velen denken aan het Ajax dat in 1995 voor het laatst de Champions League won. Gisteravond gebeurde er echter nog iets anders dat deed terugdenken aan de jaren ’90.

In 1996 speelde het Ajax van Louis van Gaal Real Madrid, net als twee weken geleden, in het eigen Santiago Bernabéu op indrukwekkende wijze van de mat. De 0-2 was nog een magere afspiegeling van de verhoudingen op het veld. Het kwam de Amsterdammers dan ook op een staande ovatie van het thuispubliek te staan.

Dinsdagavond zagen we hetzelfde fenomeen opnieuw, ditmaal in Turijn. Het publiek applaudisseerde, wellicht iets minder massaal dan destijds in Madrid, voor de enorme prestatie van Ajax. De ultieme uiting van respect voor de tegenstander. Ook Donny van de Beek kreeg het mee. “Ik zag ze inderdaad klappen,” zei Van de Beek na de wedstrijd “Italiaanse mensen zijn emotionele mensen. Als je het goed doet, krijg je als tegenstander ook respect. Het was wel bijzonder om te zien!”

NOS-verslaggever Jeroen Elshoff legde het applaus van de Juve-fans vast: