Ajax pakte zondag de laatste strohalm aan in de strijd om de landstitel, door koploper PSV in een bloedstollende wedstrijd te verslaan (3-1). De kranten zijn het erover eens dat er op de overwinning van Ajax niks af te dingen viel.

De Telegraaf spreekt van een ‘heroïsche driepunter’. ‘Na een dubbele mokerslag – rood voor Noussair Mazraoui, één minuut later gevolgd door de 1-1 van Luuk de Jong – leken de Amsterdammers in speelronde 27 hun titelaspiraties te moeten opgeven, omdat alleen de winst telde.’ David Neres zorgde met twee bevliegingen echter alsnog voor de ontlading. ‘Dat de Braziliaan zijn shirt bijna op de tweede ring gooide, geel incasseerde en zonder tricot niet meer verder kon, was hem na het laatste fluitsignaal van de prima fluitende Kuipers vergeven.’

Tegelijkertijd lieten de Eindhovenaren een ‘kans voor open doel’ liggen, schrijft de ochtendkrant ‘Het elftal van Mark van Bommel struikelde na rust zelf over de uitgelegde rode loper richting de 25e landstitel. Na de oliedomme rode kaart van Noussair Mazraoui en direct daaropvolgend de kopgoal van topscorer Luuk de Jong hadden de bezoekers de sleutel in handen om de Johan Cruijff Arena stil te spelen.’

Het Parool vindt dat de ploeg van Mark van Bommel, die de wedstrijd met drie controlerende middenvelders begin ‘het loon van de angst kreeg’. ‘De koploper was naar Amsterdam gekomen om niet te verliezen. Ajax was in alles het veel betere team. Dat PSV zelfs met een man meer de topper niet naar zijn hand kon zetten, was veelzeggend.’

Het Algemeen Dagblad spreekt van ‘een onnavolgbaar adrenalinegevecht’ en een ‘toneelstuk met gierende emoties’. ‘Het gaat na afloop niet over verfijnd voetbal in een titelgevecht. Nee, het gaat om de strijd die Ajax levert in deze onderlinge krachtmeting. Eigenlijk vanaf het begin, maar vooral na twee tegenslagen binnen een minuut’, luidt de conclusie. ‘Beide coaches betogen na afloop dat ze ‘controle’ hadden over grote delen van het duel, maar bovenal is dat trainerspraat. Dit was een topper die van gekke momenten, fouten en stemmingswisselingen aan elkaar hing.’

De Volkskrant sluit zich aan bij de uitspraak van captain Matthijs de Ligt, die na de wedstrijd zei dat de zege niet ‘des Ajax’ was. ‘Dit was Ajax in de slotfase, zondag, in de vroege avond: zes verdedigers, op papier dan. Tien man. Tegenhouden. Ballen wegtrappen. Het was heerlijk spannend, in een stadion dat kolkte en zong, dat adem inhield en intens jubelde na het fluitsignaal na 96 minuten. Het was typisch zo’n dag waarop de Arena ontwaakt.’