Langs de lijn op De Toekomst #8: “Tegenstanders Fluwelen Revolutie gevaar voor Nederlands voetbal”
door Jan Verdonk

Een aantal keer per jaar probeer ik wedstrijden van de Ajax-jeugd op De Toekomst te bezoeken. Niets zo leuk als met eigen ogen de jonge Amsterdamse talentjes aan het werk te zien. Bovendien is het razend interessant alle opmerkingen om je heen te horen, van fans, volgers, ouders en talentjes uit andere teams. Het levert een dieper inzicht op van het wel en wee van de Ajax-jeugdopleiding. In de rubriek “Langs de lijn op De Toekomst” ga ik namens Ajax1.nl de komende tijd in gesprek met enkele van deze mensen. In deel 8 praat ik met een iemand die de jeugd al meer dan 30 jaar op de voet volgt, en die zelf als jeugdtrainer bij zijn eigen club veel gebruik maakt van de oefenstof van Simon Tahamata.

Zoals deel 2 al duidelijk maakte, hoeft niet elke vaste volger met zijn naam vermeld te staan in deze rubriek. Dat is geen enkel probleem, het draait immers om de inhoud. De geïnterviewde die in deel 8 centraal staat, heeft daarover een sterke mening. Hij heeft intensief de ontwikkeling van de scouting en van de wijze van doorselecteren binnen de jeugd gevolgd, en ging daarover graag met me in gesprek.

Je hebt aangegeven niet zo nodig bij naam genoemd te worden in dit artikel, maar kun je je allicht even voorstellen aan onze lezers?

“Ik ben een echte jeugdvoetballiefhebber. Vanaf begin jaren ’80 kwam ik al op het toenmalige Voorland, en na de verhuizing is dat niet gestopt. Ik kom uit Amsterdam-Oost en ken persoonlijk meerdere jeugdspelers die bij Ajax hebben gespeeld of er nu nog spelen. Daarnaast ben ik zelf een jeugdtrainer die vele oefeningen van trainers van De Toekomst heeft ‘gepikt’, en dan met name van Simon Tahamata. Ik probeer het reilen en zeilen van de jeugdopleiding van zo dichtbij mogelijk te volgen. Ik struin langs de velden bij Ajax, andere BVO’s en amateurverenigingen in de regio Groot-Amsterdam. Ik ben de jeugdopleiding nog intensiever gaan volgen toen ik behoorlijke vraagtekens kreeg over het niveau van de instromende jeugd, de jeugd die er al speelde en de scouting. Dat is nu een jaar of acht geleden, dus nog voor de Fluwelen Revolutie.”

Motoriek en techniek  

Je hebt zelf ervaring opgedaan met de materie waar performance coaches mee bezig zijn. In hoeverre blokkeert een beperking in de motoriek van een jeugdspeler eigenlijk de technische ontwikkeling?

“Ik ben geen bewegingsdeskundige, maar in mijn ogen is een goede motoriek cruciaal voor de wendbaarheid (agility), de snelheid, en uiteindelijk de handelingssnelheid aan de bal. Als de ruimtes groter zijn, zoals bij de eerstejaars D-tjes, dan is een mindere motoriek nog te camoufleren. Ajax wil echter dominant voetbal spelen op de helft van de tegenstander. Dan zijn atletisch vermogen en een goede motoriek cruciaal om net even eerder dan de tegenstander in de juiste positie te komen, of net even beter een technische handeling uit te kunnen voeren. Het voetbal is veel dynamischer geworden en zeker in de absolute top is het belangrijk dat je techniek en atletisch vermogen met elkaar kunt combineren. Door oefenstof uit andere sporten zoals American Football (voetenwerk) en atletiek (sprinttechniek en explosiviteit) te combineren met voetbaloefeningen gaan jeugdspelers vaak met sprongen vooruit. Neem Mathijs de Ligt. Hij is al groot en sterk, maar in zijn voetenwerk, wendbaarheid en snelheid ligt nog veel verbeteringsruimte, zeker als hij de wereldtop wil halen. Overigens werken Mathijs en Ajax daar al hard aan.”

Overigens is er naast de motoriek en de techniek een minstens zo belangrijk onderdeel. Cruijff stelt namelijk altijd dat het belangrijk is om vast te stellen wat een speler ziet. Dat is zo ongeveer het moeilijkste onderdeel van de beoordeling van een speler. Want zie jij als de beoordelaar van een speler wel de juiste oplossing? Niet iedereen ziet wat een speler ziet. Niet iedereen die bij een BVO of zelfs Ajax werkzaam is, is in staat te zien welke fouten er worden gemaakt door spelers in het veld. Ik ken jeugdspelers die wel 40 meter met de bal aan de voet de perfecte dribbel kunnen uitvoeren met snelheid en controle, maar waarbij het aan het einde toch stokt. Dan kan de hele ploeg door het balverlies weer 60 meter achteruit, puur omdat hij de oplossingen om zich heen niet ziet. Toch blijft inderdaad de basis: goed bewegen, fijne voetjes.”

Als ik jongens als Maduro, Heitinga en toch ook Daley Blind zie, dan heb ik altijd het idee dat ze relatief log zijn en traag aan de bal, in vergelijking met talenten in bijvoorbeeld Spanje. In hoeverre is dit volgens jou eigenlijk een probleem van de oude manier van opleiden?

“Los van het feit dat deze ex-Ajacieden natuurlijk mooie carrières hebben, zie je met name bij Blind dat hij net niet overtuigd in de absolute top. De kritiek van Gary Neville in Blinds eerste seizoen bij Manchester United was natuurlijk vrij stevig. Blind heeft vaak het probleem dat hij te laat in positie is, of eenmaal uit positie er te lang over doet weer in positie te komen. Of hij glijdt uit op cruciale momenten tijdens de wedstrijd. Kijk de goal van Mexico tegen Oranje er maar op na tijdens het afgelopen WK. Dat is trainbaar met de trainingen die nu door de verschillende performance coaches worden verricht bij Ajax. Cruijff speelde doelbewust op vaste noppen, hoe slecht het veld ook was. Dat vroeg van hem de perfecte lichaamsbeheersing. Die fysieke elementen, training van vaardigheden, zie je nu weer binnendruppelen binnen de jeugdopleiding. Voor de Fluwelen Revolutie werd hier ook wel aandacht aan besteed, maar het niveau van de trainingen en het specialisme van de trainers is omhoog gegaan. Er werken zeer veel bewegingsdeskundigen binnen de opleiding tegenwoordig. Wie rondloopt bij wedstrijden ziet dat veel wordt opgenomen. Dat wordt allemaal geanalyseerd tegenwoordig.

Scouting

Niet alleen de fysieke elementen zijn volgens mijn gesprekspartner veranderd, maar ook de scouting. Hij legt uit wat het verschil is tussen de oude en de nieuwe scouting, en legt uit welke problemen er voorheen waren.   

Wat is volgens jou eigenlijk het verschil tussen de oude en de nieuwe manier van scouten?

“De jeugdscouting is onder Jasper van Leeuwen nieuw leven ingeblazen. Er staat sinds twee seizoenen een volledig nieuw team van professionele jeugdscouts. Bij Ajax geldt een onderscheid tussen professionele jeugdscouts en BVO-scouts. Daarachter zit een team van vrijwillige scouts. De professionele scouts heb ik langs de lijn actief gezien in de afgelopen jaren, maar dat zijn tegenwoordig ware wandelende spelersdatabanken. Zij weten alles van spelers. Van amateurspelers tot BVO-spelers. Niets missen zij. Ze zijn overal. Het gerucht gaat dat bij de aanstelling van de nieuwe scouting er nog al wat tegengeluiden waren onder de oudere vrijwillige scouts, maar je moet je voorstellen dat er onder de oude scouting weinig structuur was. Tips en spelers werden matig opgevolgd, de administratie klopte vaak niet, vrijwilligers probeerden hun kleinkind op stage te krijgen bij Ajax, samenwerkende verengingen bewandelden oneigenlijke processen om hun positie te versterken, ga zo maar door.”

Dat zijn interessante punten, maar waarom was er nu een compleet andere manier van scouten nodig?

“Scouting is een vak apart. Vergelijk het met een verkooptraject. Je moet je potentiële klant warm maken voor je voorstel en daarna overgaan tot het sluiten van de overeenkomst. Daar zitten nog heel stappen tussen, maar zo ligt het een beetje. Ik zal nooit vergeten dat ik bij een testwedstrijdje was van E-pupillen op De Toekomst. Toevallig was ik net daarvoor bij AZ en FC Utrecht geweest voor soortgelijke wedstrijdjes. Het was eind januari/begin februari met een temperatuur van min 3. Elke echte jeugdvoetbalvolger weet dat het dan zo ongeveer de allerslechtste periode is om hele jonge spelers serieus te testen. Spelertjes zijn dan zeker niet op hun sterkst na toch al een lange en koude winter zonder wedstrijden. Het ontvangst op De Toekomst van de scouting onder De Regt destijds was daardoor enorm kil en afstandelijk, en stond in enorm schril contrast met andere BVO’s.

Ajax zoekt alleen absolute topspelers, dat heeft het altijd ook gedaan, maar op Voorland heerste ooit een fijne sfeer tijdens stages en testwedstrijden. Die sfeer verdween op een gegeven moment in mijn ogen. Ajax is normaal een warme club, hard doch eerlijk. Met de inrichting van de nieuwe scouting kwam gelukkig ook het Ajax Talent Program voor de stagelopende jeugdspeler in de onderbouw. Elke ouder van een stagespeler wordt nu keurig te woord gestaan, spelers worden op hun gemak gesteld en krijgen minimaal zes trainingen de kans zichzelf te bewijzen in verschillende spelvormen. Voorheen werden E-pupillen gewoon op een groot veld neergezet zonder arbitrage en was het ‘veel plezier jongens, zoek het maar uit’. Je kreeg dan twee erg rommelige wedstrijdjes in twee weken tijd, en dat was het. Spelers werden getest op ongebruikelijke posities en de meesten hadden nog nooit op een groot veld gespeeld. Het ATP biedt warmte en geeft talent een eerlijke kans zich te bewijzen onder toeziend oog van scouts en van de juiste trainers. Scouts zijn nu zeer proactief, al blijft het altijd aan de trainers om mee te gaan in hun oordeel.

De kritiek op de Fluwelen Revolutie vind ik verbijsterend. Dan heb je geen oog voor hoe slecht het eigenlijk was georganiseerd. Ik vind het voor het voortbestaan van het Nederlandse voetbal bijzonder gevaarlijk om zonder goede inhoudelijke kennis kritiek te leveren op wat er nu bij Ajax allemaal aan veranderingen wordt doorgevoerd.”

Het viel de laatste jaren op dat er veel jongens van buitenaf gehaald werden die in de laatste fase van de jeugdopleiding instroomden. In welke mate kun je spelers op dat moment nog kneden en wat is de groeimarge die spelers dan nog hebben in hun skillbox?

“Volgens mij heeft Jongkind laatst aangegeven dat zij Eriksen enorm hebben geholpen met zijn looptechniek. Ik heb het zelf met A-junioren gedaan afgelopen jaar. Weliswaar niet zo talentvol als Ajax-spelers, maar je kunt nog wel degelijk hele grote sprongen maken op die leeftijd door individuele begeleiding, deskundige trainers en de juiste oefenstof. Al zul je de meeste progressie uiteraard boeken bij spelers die je vanaf de onderbouw een opleiding op maat kunt geven. Daarom zijn initiatieven als de Twin Games, het spelen op verschillende ondergronden en het vinden van de juiste spelers met een goede motoriek van groot belang. Vanaf 14-15 jaar kan nog werkelijk alles gebeuren met jeugdspelers. Zij die eerst helemaal niet de perfecte motoriek leken te hebben, blijken ineens toch hele snelle en goede voetballers te zijn. Ronald de Boer heeft het wel eens gezegd over Thomas Müller van Bayern Munchen. Als je puur kijkt naar zijn motoriek tijdens wedstrijden, dan ziet het er soms niet uit. Toch handhaaft hij zich in de top van het voetbal. Dat maakt inschatten van talent zo moeilijk. Bij Ajax stroomt binnenkort ook een tiener in, die net als El Mahdioui óf jarenlang volledig over het hoofd is gezien, óf die na de belangrijkste groeifase grote stappen heeft kunnen zetten in hoe hij beweegt of handelt aan de bal.”

Doorselecteren

Naast de scouting en de fysieke elementen in de jeugdopleiding, wordt ook de manier van doorselecteren besproken bij Ajax. Deze is volgens mijn gesprekspartner veranderd, al krijgt een deel van het trainersgilde wel wat kritiek van hem.

Kun je aangeven of je de mate van doorselecteren binnen de Ajax-jeugd hebt zien veranderen sinds de “Fluwelen Revolutie”?

“Ja, dat is veranderd. Jammer genoeg niet bij elke trainer. Er lopen naar mijn smaak nog altijd trainers rond die om onverklaarbare redenen spelers bij Ajax door laten gaan die in mijn ogen ongeschikt zijn. Toch hebben de meeste selecties een behoorlijke kwaliteitsimpuls gekregen en is er aan de onderkant van de teams doorgeselecteerd. Dat was hard nodig. Juist daarom vind ik het roulatiesysteem van trainers al goed. Er ontstaat een objectiever beeld van de kwaliteiten van de spelers. Spelers worden ook vroeger doorgeschoven naar oudere lichtingen om hun ontwikkeling te bevorderen. Toch was Cruijff in de jaren ’80 hier nog veel strenger in. Hij schroomde niet om halve lichtingen weg te sturen. Die stap heb ik onder het huidige bewind nog niet gezien en dat heeft wellicht te maken met een iets voorzichtiger beleid om niet onnodige onrust te creëren. Cruijff was daar harder en directer in.”

Als ik bij de C1 kijk, zie ik daar een jongen als Sven Botman rondlopen. Hij is bijna twee of drie koppen groter dan veel van zijn tegenstanders. Waar let Ajax volgens jou eigenlijk op bij het bepalen of zo’n jongen doorgeschoven moet worden?

“Met name of het goed is voor de ontwikkeling van speler. In het geval van Botman heeft hij afgelopen seizoen meerdere malen met oudere lichtingen meegedaan. Ook vorig seizoen al. Fysiek kon hij dat eenvoudig aan, maar voetballend was er voor Sven nog veel progressie te boeken, ook op het niveau van de C1. Juan Familia Castillo uit dezelfde lichting zou ik vorig seizoen al doorgeschoven hebben. Naar mijn mening heeft hij te lang rondgehangen in zijn eigen lichting, waardoor er een gevoel ontstond langs de zijlijn dat de C1 eigenlijk niet zonder hem kon. Op dit punt vind ik dat de opleiding nog voor verbetering vatbaar is, al kan het met Juan vanaf komend jaar ook ineens heel hard gaan en zien we hem misschien zelfs al in de A1 terug voor bepaalde wedstrijden.”

Ajax is de laatste jaren aan de slag gegaan met de invloeden van het zogenaamde ‘geboortemaandeffect’. Hoe gaat dit volgens jou de opleiding veranderen?

“Het geboortemaandeffect is op zich niets nieuws. Raymond Verheyen heeft hier bijvoorbeeld al eerder onderzoek naar verricht. Je zou dus kunnen stellen dat Ajax achterliep met de implementatie hiervan in de jeugdscouting. Dat is onder de huidige scouting nu wel opgepakt lijkt het. Het blijft natuurlijk gevaarlijk een jonge speler van een bepaald kalenderjaar uit januari te vergelijken met een speler uit december. Dit had jaren eerder opgepakt moeten worden binnen Ajax en kan gezien worden als achterstallig onderhoud, dat nu gecorrigeerd wordt. Er zijn heel veel jeugdwedstrijden in het verleden gewonnen door verschil in fysieke kracht, niet noodzakelijk door technisch en tactisch superieure klasse zoals mensen dat het liefste zien van Ajax.”

Ontwikkeling van De Toekomst

Er wordt door veel mensen vaak gesteld dat het de goede kant opgaat met De Toekomst. Wat vind jij van die stelling?

“Daar ben ik het honderd procent mee eens, maar Ajax moet blijven ontwikkelen. De zelfbedachte leus ‘Wij zijn Ajax, wij zijn de beste’ verplicht tot het moeten en willen zijn van de beste in de breedste zin. Er zijn reuzenstappen vooruit gezet, maar het gaat tijd kosten alvorens de veranderingen vruchten gaan afwerpen. Er zijn nog vele punten voor verbetering vatbaar en dat zal men bij Ajax moeten blijven onderkennen, anders moeten de spandoeken met de leus van De Toekomst verwijderd worden.”

Waar word je eigenlijk echt enthousiast van als je momenteel kijkt naar de ontwikkelingen op De Toekomst?

“De professionele jeugdscouting. Zij zijn de levensader van de club en daar zit echt een team met passie en vuur. Het ergste dat Ajax kan overkomen is dat deze mensen worden tegengewerkt en zij er vroegtijdig de brui aan geven. Bij deze groep mensen zit zo veel kennis en inzicht van wat er bijvoorbeeld buiten Nederland gebeurt, dat moet echt gekoesterd worden binnen Ajax. Met hun inzet, en dat is echt geen 9-tot-5-baantje, kan het niet anders dan dat de jeugdopleiding geen enkele potentiële topper meer misloopt.”

Veel mensen doen op basis van de prestaties van het huidige eerste elftal uitspraken over het effect van de ‘Fluwelen Revolutie’. Kun je uitleggen of dat terecht is?

“Nee, dat is zeer kortzichtig. Ons voetbal in Nederland is enorm diep gezonken en dat heeft alles met de manier van opleiden en scouting te maken. Tegenstanders van de Fluwelen Revolutie zien na een seizoen met matige prestaties een kans om weer kritiek te spuien op het huidige beleid van Ajax, maar in hoeverre ligt daarvan de schuld bij het nieuwe beleid op de jeugdopleiding? De kritiek zou zich meer op de scouting voor de A-selectie moeten richten. Er moet goed gekeken worden hoe dat scoutingsproces is doorlopen, en hoe de besluitvorming tot stand kwam. Wie zijn oren en ogen openhoudt langs de zijlijn en in voetbalkantines hoort zelfs mensen binnen Ajax het huidige beleid bekritiseren. Zij loeren op de val van het huidige bewind. Het enige dat de huidige leiding kan doen is doorgaan op de gekozen route, maar er zal intern en extern nog veel beter gecommuniceerd moeten worden.

Het slagen van de Fluwelen Revolutie is van wezenlijk belang voor het Nederlandse voetbal op de langere termijn, en dat is een bijzonder grote verantwoordelijkheid voor de huidige beleidsbepalers. Je ziet dat vele andere BVO’s het voorbeeld van Ajax volgen, iets dat uiteindelijk alleen maar goed is voor het gehele Nederlandse voetbal. Geduld is echter wel iets dat wij met z’n allen moeten opbrengen. Tegenstanders van de Fluwelen Revolutie spelen met de toekomst van ons voetbal op de langere termijn, zeker omdat zij vooral tegen individuele aanpak zijn, zonder dat ze een onderbouwd alternatief technisch opleidingsplan hebben. Dit komt hun geloofwaardigheid niet ten goede en het roept vragen op over hun daadwerkelijke intenties met Ajax.”

De onderbouw zal op veel onderdelen een heel andere opleiding krijgen dan de jongens die nu in de bovenbouw zitten. Wat gaat dat volgens jou doen met de talenten die Ajax op de lange termijn aflevert?

“We zullen spelers gaan zien die nog beter om kunnen gaan met kleine ruimtes, die nog betere keuzes maken, met een hogere handelingssnelheid en lichtvoetigheid, en met nog meer gogme en inzicht. We gaan spelers zien die het dominante Ajax-spel met volle druk op de tegenstander beheersen, precies zoals Ajacieden dat graag zien.”  

Waar ligt volgens jou nog duidelijke ruimte voor verbetering in de Ajax-jeugdopleiding?

“Plan-Cruijff kan alleen slagen als je de voetbalvisie van Cruijff extreem doorvoert in de jeugd. Mijn gevoel zegt dat er door sommige trainers te snel en te makkelijk wordt afgeweken van de visie in haar meest pure vorm. Een voorbeeld van die afwijking is de roep om weer met een ‘10’ te gaan spelen in de opleiding, of zelfs in het eerste. We krijgen 4-3-3 met de punt naar achteren en met eindeloze positiewisselingen er kennelijk niet effectief in, en dus willen sommigen terugvallen op een ander spelsysteem. Daarmee ondermijn je de opleiding. Een 4-3-3 met de punt naar achteren geeft je de mogelijkheid maximaal vooruit te spelen op de helft van de tegenstander in de kleine ruimtes, mits goed uitgevoerd. Dat is het moeilijkste voetbal dat er bestaat, en dát is de basis waarbinnen je moet opleiden. Probeer in dat spelsysteem de ultieme vorm van techniek maar eens uit: het één keer raken van de bal. Ik zie nog teveel trainers die concessies doen om te winnen. Drie lange ballen van achteruit worden dan ineens weer geaccepteerd, omdat het middenveld niet loskomt. Nu zie je in de jeugd dat op fysiek die lange ballen worden gewonnen en er vaak ook nog wordt gescoord, maar straks in het topvoetbal werkt die speelstijl gewoon niet. Dat soort goals zou je eigenlijk niet moeten tellen als trainer in de jeugd, want door die lange bal ontneem je het team de mogelijkheid te ontwikkelen en te leren volgens de visie van Cruijff.

Daarnaast vind ik de selecties vrij groot. Ik begrijp wel dat je zo veel mogelijk talent aan je wilt binden, maar er zijn teveel spelers die in de middenbouw weken achter elkaar helften van wedstrijden spelen of zelfs minder. Er zijn Ajax-spelers die slechts vijftig procent spelen van wat spelers bij andere BVO’s spelen. Dat zijn allemaal gemiste ervaringsuren. Ik vind dat je daarmee moet uitkijken, zeker als er geen groeiproblemen zijn die minder spelen zouden rechtvaardigen. Cruijff zegt altijd: de besten moeten altijd spelen en daar streeft Ajax inmiddels ook duidelijk naar, maar ‘sleepers’ moet je niet onderschatten in je opleiding. Strikt genomen waren jongens als Rijkaard, Van Basten, Bergkamp, Winter en Veltman allemaal ‘sleepers’ die pas op latere leeftijd bij Ajax kwamen of die pas later als grotere talenten werden gezien.

Tot slot moeten we uitkijken met het ‘over-verzorgen’ van onze talenten op pedagogisch te correcte wijze. Het topvoetbal is enorm hard en in de top gelden andere wetten om te overleven. In de top gaat het er asociaal aan toe. Dat mag wat mij betreft in een training worden geïntroduceerd of geënsceneerd. Gelukkig heeft Ajax de nadruk gelegd op mentaliteit en fysiek in de afgelopen periode onder de Fluwelen Revolutie, maar Ajax doet er verstandig aan hier nog duidelijker over te communiceren naar haar talenten. Je ziet het aan Andersen. Hij kan vreselijk goed voetballen, maar in een volle Arena blokkeert hij. Dat is een mentaal probleem. Kishna acteert als een gearriveerde vedette, maar is vooralsnog niet in staat om zich onder de kritiek van De Boer en het publiek uit te spelen en zelfkritisch te zijn.”

De zorgen van de geïnterviewde van vandaag zijn duidelijk, net als de positieve ontwikkelingen die hij ziet. Namens Ajax1.nl wil ik hem heel graag bedanken voor zijn inzichten, en we gaan de genoemde punten in de gaten houden.

Eerdere editie(s) van deze rubriek vind je hier:

————————————-

Denk jij ook van waarde te kunnen zijn voor deze rubriek, en wil je jouw verhaal ook met mij delen? Mail dan naar janverdonk_ajax1@hotmail.com, of neem contact met me op via LinkedIn (https://www.linkedin.com/in/janverdonk1984)   Ajax nieuws Ajax1.nl