Arek Milik speelt sinds mei 2014 in het shirt van Ajax. De Poolse spits blikt in de rubriek ‘Mijn Wereld’ terug op zijn leven als Ajacied en als topsporter. “Ik ben niet echt een typisch Poolse gozer”, vertelt hij op de officiële website van Ajax. “De Poolse mentaliteit zit niet diepgeworteld. In Polen word je al snel schuin aangekeken als je succes hebt. Voorspoed is daar zeker niet altijd de sleutel tot vriendschap. Er wordt snel over je gepraat als het je voor de wind gaat. Ik weet niet waarom dat is. Misschien is het jaloezie. Ik lees ook niet graag reacties over mij op internet. Uit zelfbescherming. Ja, ik ben niet gek.”

Sinds zijn overgang naar Ajax woont Milik in Amsterdam. De stad heeft op de Pool veel indruk gemaakt. “Het is een prachtige stad. Veel jongens uit het team wonen net buiten de stad, maar ik vind het heerlijk om in Amsterdam te wonen. Ik kom uit Polen en heb hier nog zoveel te ontdekken. Toen ik in Duitsland speelde, woonde ik in een klein plaatsje. Toen ik naar Ajax vertrok, had ik echt de behoefte aan het leven in de stad. Ik vind het heel bijzonder dat er hier zoveel culturen naast elkaar leven.”

De instelling en cultuur is wel anders dan in Polen, men is bijvoorbeeld directer en Amsterdammers staan erom bekend arrogant te zijn. “Bovendien ligt de Amsterdamse mentaliteit mij wel. Ik heb wel even moeten wennen aan het open karakter van Amsterdam. De Wallen, de coffeeshops; ja, daar heb ik me toch wel een tijdje om verbaasd. Maar ik ben een jongen die zich snel aanpast. Wat voor Amsterdammers de norm is, moet ik gewoon respecteren.”




Dat Milik ooit de spits van Ajax zou worden, had hijzelf nooit durven dromen. “Ajax betekent heel veel voor me. Als ik erover nadenk hoeveel geweldige voetballers er op mijn positie hebben gespeeld! Denk alleen al aan Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert, Zlatan Ibrahimovic. Dat ik ooit op die positie binnen Ajax zou gaan spelen had ik niet verwacht. Ik kan mezelf nog niet vergelijken met deze mannen. Voor een spits heb ik wellicht een beetje een bescheiden inborst, ja. Ik schep niet graag op. Dat zit gewoon in me. Je moet je sporen verdienen, toch?”