© Proshots

Afgelopen vrijdag sprak Abdelhak Nouri in het spelershotel met Het Parool over zijn toekomst en over zijn dromen. Niet wetende wat hem nog geen 24 uur later zou overkomen. Nouri en de andere talenten hebben een duidelijk doel voor ogen, een basisplaats in Ajax 1. “We zeggen het ook vaak tegen elkaar: gas erop, laat het zien. Bikkelen. Je krijgt niks cadeau. De concurrentie gaat niet zomaar opzij.”

Tijdens de laatste dagen op het trainingskamp werd Appie ‘scarface’ genoemd, vanwege een wondje op zijn voorhoofd. “Een souvenirtje van Klaas. Ze hadden me gekaapt en van het ene naar het andere bootje getrokken. Toen ik terug wilde klimmen, probeerde Klaas me tegen te houden. Een dag ervoor haalde ik een geintje bij hem uit. Hij ging alleen op het doel af en ik riep dat hij moest afleggen, maar ik hoorde bij de tegenpartij. Dat vond hij niet zo leuk, Klaas. Hij moest lachen, maar zei ook direct: ik pak je nog wel terug.”

In mei werd Nouri uitgeroepen tot Beste speler van de Jupiler League, een prijs waarvan hij niet goed weet wat hij ervan moet vinden. “Ik wilde op het hoogste podium presteren, maar dat is niet gebeurd. Ik moest het op een ander podium laten zien. En dat heb ik gedaan. Iedereen krijgt toch graag complimenten? Als ik hoor dat mensen vinden dat ik in het eerste moet spelen, denk ik: gelukkig. Dat wíl ik ook. Ik heb geen angst. Ik voetbal graag en ik wil het publiek laten genieten.”

Over zijn ultieme doel wil Nouri niks zeggen, maar wel over zijn één van zijn dromen. “Mensen zouden me voor gek verklaren. Ik ben alleen maar bezig met een betere voetballer worden. Hard werken, om je heen kijken, de goede vragen stellen en goed luisteren. Ik woon in Amsterdam-West, mijn hele leven lang al. Ik ben er gekomen met vallen en opstaan. Aanvoerder zijn van Ajax, dat zou ik écht geweldig vinden. Ik weet hoe ik me moet gedragen, kan verantwoordelijkheid en de druk aan, en heb ook de discipline die nodig is. Dromen mag toch?”