Geachte heer Collee,

Ik ben ontzettend blij met uw toelichting op het huidige ‘arbeidsconflict’ bij Ajax gister op de officiële website van de club. De blijdschap zit met name in het feit dat u aangeeft van mening te zijn dat de mensen recht hebben op de juiste informatie. Die publieke bereidheid tot transparantie had ik eerlijk gezegd niet direct van u als oud-bankier verwacht en dus wil ik u hiervoor een grote pluim geven. Wel heb ik naar aanleiding van uw teksten gisteren nog enkele aanvullende vragen. Ik reken erop dat u deze vragen graag beantwoordt nu u zo openlijk pleit voor openheid naar de mensen.

Laat ik beginnen met het volgende. U geeft in uw verklaring aan dat de Raad van Commissarissen uiteenlopende pogingen heeft ondernomen de situatie op te lossen. Meneer Collee, dat mag wat mij betreft nog wel wat verduidelijkt worden. Zou u kunnen aangeven wat u tijdens deze pogingen concreet gedaan heeft om de situatie weer werkbaar te krijgen? Ik lees namelijk vooral dat de heer Jonk niet wilde communiceren, maar u zwijgt voorlopig nog over het waarom. Hoe heeft u als RvC getracht de onvrede van de heer Jonk weg te nemen en te zorgen voor hernieuwd vertrouwen bij hem als een van de belangrijkste uitvoerders van de ingezette weg? Het zijn vragen die nog blijven liggen maar die wel cruciaal zijn. Als iemand niet wil praten kunnen er immers zwaar wegende redenen aan ten grondslag liggen, en ik ben benieuwd hoe u met die argumenten bent omgegaan als toezichthouder.

Dan een ander aspect van uw openlijk verklaring. Ik mis namelijk een deel over het rapport Ling. Allereerst betreur ik het dat u met hem een geheimhoudingsclausule heeft afgesproken, zeker in het kader van de door u zo gewaardeerde transparantie. Gelukkig heeft de Telegraaf nu alsnog de hand gekregen op het rapport, ik neem aan dat u hiervoor toestemming heeft gegeven nu u inzag dat de mensen recht hebben op de juiste informatie? Zo niet, kunt u dan aangeven waarom u de heer Ling precies heeft ingeschakeld, en waarom het erop lijkt dat niet alle aanbevelingen uit het rapport zijn doorgevoerd in de praktijk? Welke argumenten heeft u daarvoor als RvC?

Naast mijn bovenstaande vragen over uw toelichting heb ik nog twee punten waarmee ik in mijn maag zit, en waarbij ik graag een beroep doe op uw inzicht dat de mensen de juiste informatie verdienen. De laatste tijd krijg ik steeds vaker berichten te horen over misstanden bij transfers van Ajax. Zo gaat het gerucht rond dat er drie miljoen euro zou zijn ‘verdwenen’ bij de transfer van Demy De Zeeuw. Ook wordt er hier en daar gefluisterd dat er mensen zijn binnen Ajax die zich verrijkt hebben aan de overstap van Ricardo Kishna naar Lazio Roma. Nu wil ik met klem benadrukken dat ik deze geruchten met een ongelooflijk grote korrel zout neem. Er zal ongetwijfeld niets van waar zijn, of de waarheid zal genuanceerder liggen. Ik kan de betrouwbaarheid zeer lastig inschatten maar zou u, nu u zo vol bent van transparantie, mijn gemoedstoestand kunnen vergemakkelijken door openheid in cijfers te geven over die transfers? Uiteraard kunnen onderzoeksjournalisten deze taak ook op zich nemen, maar na gisteren lijkt u me de aangewezen persoon.

Het andere punt waar ik mee zit is het meest zwaarwegend van allemaal en is iets waar ik me grote zorgen over maak. Vorige week betrapte ik me er in de wedstrijd tegen Feyenoord op dat de uitslag me niet zo veel kon schelen. Begrijp me goed, dit zou ook hebben gegolden als Ajax had verloren. Ik merk aan mezelf dat ik murw ben gebeukt na jarenlang slaapverwekkend voetbal te hebben gezien. Het is zo abominabel slecht, dat mijn verliefdheid op Ajax die ik zo lang intens gevoeld heb, langzaamaan verdwijnt. Ik hoop dat u er iets aan kunt doen, voordat ik geen behoefte meer heb ooit nog een stap in de Arena te zetten. Om me heen hoor ik dezelfde geluiden van meer mensen, iets dat simpelweg niet de bedoeling kan zijn. Heel misschien is het mogelijk in de statuten de passage dat u als RvC zich bij ‘de vervulling van hun taak (…) naar het belang van de NV en de met haar verbonden onderneming [richt]’ te veranderen in het volgende: ‘Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van de voetbalclub Ajax en het bij haar horende spel’. Ajax is in mijn ogen namelijk geen naamloze vennootschap. Officieel mag het dan zo zijn, maar wij zijn vooral nog altijd Ajax. Wij staan voor een bepaalde wereldberoemde voetbalstijl, en die zien we al zo lang niet dat de jongste generaties straks niet meer weten hoe attractief we ook zouden kunnen voetballen. Zo ebben langzaam de oude maar o zo mooi Ajax-waarden met bijbehorende normen weg uit de club. Grijp in meneer Collee, voor het te laat is!

Vriendelijke groet,

Jan Verdonk