Afgelopen maandag stelde Bram van de Ploeg in zijn column op Ajaxshowtime dat opportunistisch spel en daarmee de lange bal zijn intrede lijkt te doen in de jeugdopleiding, waarmee de stijl van de A-selectie gevolgd wordt. Een verontrustende ontwikkeling, aangezien dat niets te maken heeft met het voetbal waar Ajax mee groot is geworden. Alsof dat echter niet genoeg is, was er afgelopen weekend een ander wapenfeit dat allicht net zoveel aandacht verdient. In de ‘topper’ tussen Ajax D1 en AZ D1 (3-1) gebruikte coach Dave Vos drie spelers van de C2, ogenschijnlijk in een poging zijn team te versterken om zo de kans op een goed resultaat te vergroten. Als dit inderdaad de achterliggende gedachte was, getuigt dat van een resultaatgerichtheid die ter discussie gesteld moet worden. De grote vraag is namelijk of we dat moeten willen, zeker in die fase van de opleiding.

Vooropgesteld, er is helemaal niets mis met de drie spelertjes die op mochten draven bij de D1. Ze voegden weliswaar niet allemaal toe wat er allicht van ze verwacht mag worden, maar dat is in dit vraagstuk eigenlijk van secundair belang. Waar het om zou moeten gaan is of het wenselijk is dat een jeugdelftal versterkt wordt met jongens uit hogere elftallen om een relatief moeilijke wedstrijd te winnen. In mijn ogen kan zoiets hooguit iets zijn voor de oudste jeugdelftallen. Zeker in de onder- en middenbouw zou de individuele ontwikkeling altijd boven het resultaat verkozen moeten worden. Met de speeltijd voor de genoemde spelertjes liepen anderen een belangrijke kans mis op speeltijd tegen een uitdagende tegenstander. Opleiders van de oude stempel zullen het misschien zien als een kennismaking met de harde wetten van topvoetbal, maar ik vind dat een verkeerd uitgangspunt. In een opleiding zou er altijd ruimte moeten zijn voor empathie en plezier moet vooropstaan. Alleen zo zorg je voor een pedagogisch klimaat waarin kinderen zich veilig voelen en waarin ze fouten durven maken.




Wie de individuele ontwikkeling van jeugdspelertjes de prioriteit geeft, zoekt voortdurend naar wat in het onderwijs bekendstaat als de zone van de naaste ontwikkeling. Simpel gesteld breekt er daarbij bijna een volgende fase in een ontwikkeling aan, waar je met de juiste sociale ondersteuning vast mee aan de slag kunt. Een principe dat in het voetbal heel goed toe te passen is, want door vertrouwen van een trainer te krijgen, kom je sneller tot een verbetering van je niveau tegen tegenstanders waartegen je het lastig hebt dan wanneer je oefenmeester dat niet geeft. Het zijn kostbare prikkels waarmee je het optimale uit kinderen kunt halen. Empathie en vertrouwen zijn echter de toverwoorden. Daarbij kun je je ook nog eens afvragen of het tijdelijk terugplaatsen van spelers wel in hun eigen belang is, zelfs als ze een jaar eerder doorgestroomd zijn. De drie spelers van de C2 hebben vorig seizoen in de D1 al laten blijken dat niveau goed aan te kunnen, en dus zou het beter zijn te zoeken naar de volgende zone van de naaste ontwikkeling.

Cruciaal is nu om te weten of de maatregel van het afgelopen weekend op zichzelf staat, of dat het een breedgedragen beslissing is. Dit is vooralsnog onduidelijk, omdat er nog erg veel vraagtekens zijn rond wat aangeduid kan worden als de opleiding in het tijdperk na Jonk. Wat zijn de plannen? Waar staat de ‘nieuwe’ opleiding voor? Het zijn vragen waar de komende maanden hopelijk meer duidelijkheid op zal komen. Als lange ballen en resultaatgerichtheid echter de ruimte gaan krijgen dan betekent dat een radicale breuk met alles wat er de laatste jaren is opgebouwd. We kunnen dan alleen maar hopen dat de gevreesde terugkeer naar de opleidingsperiode tussen 1995 en 2010 uitblijft. Dat was immers een Ajax-onwaardige tijd waarin de club flink is afgedreven van waar het ooit voor stond.