© Proshots

Waar menig speler dit seizoen al op gaf na een aantal wedstrijden plaats te hebben genomen op de bank, blijft Thulani Serero vechten. In positieve zin. “Ik ben mentaal niet te breken. Ik kon thuis gaan zitten huilen, maar ik koos voor de andere optie: mijn hoofd omhoog houden en positief ingesteld blijven. Dat bewees ik met mijn doelpunt en goede spel ook bij de nationale ploeg van Zuid-Afrika, denk ik”, vertelt de middenvelder aan De Telegraaf.

De afgelopen transferperiode ketste een last-minute transfer af, omdat de Zuid-Afrikaan geen goed gevoel had bij Apoel Nicosia. “De interesse van Apoel kwam voor mij te laat. Het was de laatste dag van de transfermarkt. Ik kende de Cypriotische competitie en de club niet. En had nog met niemand van Apoel gesproken, dus er was nog lang geen akkoord. Er waren veel opties, maar mijn gevoel zei nee.”

“Ik ben een heel sterk persoon en maak me daar niet druk om. Ik kan mezelf in de spiegel recht aankijken, want ik ben altijd goed geweest voor iedereen bij Ajax en heb altijd alles gegeven. Het ergste vond ik dat ik tijdens wedstrijden niet op het veld mocht staan. Dat deed me heel veel pijn”, vervolgt Serero, die zelfs nauwelijks meer contact heeft met Hennie Spijkerman. Die de Zuid-Afrikaan leerde kennen in zijn tijd bij Ajax Cape Town. “Ik heb Hennie lang niet meer gesproken, net als de rest van de staf van het eerste. Ja, ik was heel close met hem. Maar misschien heeft hij geen tijd. Met Andre Onana en Bertrand Traoré heb ik wel veel contact buiten het voetbal. Ze steunen me. Net als de fans die ik tegenkom. Daar ben ik ze dankbaar voor. Als ik weg ben, zal ik de supporters nooit vergeten.”