Kolbeinn Sigthórsson is in zijn derde seizoen bij Ajax nog altijd niet uitgegroeid tot onomstreden eerste spits. Volgens zijn vele criticasters is de IJslandse spits geen ‘meevoetballende’ spits, waar spitsen als Bojan Krkic, Siem de Jong en ook de inmiddels verhuurde Danny Hoesen wel spitsen zijn die zich terug laten zakken om van toegevoegde waarde te zijn voor het combinatiespel dat men bij Ajax beoogt. Sigthórsson heeft echter wel een belangrijke statistiek die in zijn voordeel spreekt: na zijn doelpunt in De Klassieker – koud in het veld voor de uitgevallen Bojan Krkic – op aangeven van Ricardo Kishna scoorde hij dit seizoen al vijf keer in zes topduels.

De vier grootste concurrenten die Ajax dit seizoen heeft in de strijd om de landstitel zijn FC Twente, Vitesse, Feyenoord en PSV. Al deze clubs zijn door Ajax inmiddels op respectievelijk acht (FC Twente, Vitesse), twaalf (Feyenoord) en dertien (PSV) punten achterstand gezet. Desalniettemin zijn wedstrijden tegen deze ploegen de ‘topduels’ waar in ons land extra aandacht aan wordt besteed. Van de acht Eredivisieduels die er voor Ajax met deze vier clubs bij aanvang van dit seizoen afgewerkt moesten worden, zijn er inmiddels zes gespeeld. Een opvallende rol is hierbij tot nu toe weggelegd voor Kolbeinn Sigthórsson, die voor maar liefst 83% van de Amsterdamse treffers tekende.

Ajax speelde thuis al tegen achtereenvolgens Feyenoord (2-1), Vitesse (0-1) en PSV (1-0). Alle drie de doelpunten die Ajax in deze wedstrijden maakte, kwamen van Sigthórsson. FC Twente komt op 30 maart nog op bezoek in de Arena. Zelf speelde Ajax al bij PSV (4-0), FC Twente (1-1) en Feyenoord (1-2) en van de drie Ajax-goals scoorde Sigthórsson er twee. De enige topploeg waar Ajax nog naartoe moet is Vitesse en dat zal zijn op 6 april. Of Sigthórsson dan zal spelen is nog maar de vraag, maar duidelijk is wel dat de topduels het beste in hem naar boven halen. Dat benadrukte hij afgelopen zondag in De Kuip nog maar eens.