Het supportersleven van voetbal- en muziekschrijver Menno Pot was niet altijd even makkelijk. Hij doet in zijn boek Vak 127 verslag van vier voetbalvrienden met onvoorwaardelijke clubliefde, die de gifbeker van een dramatisch Ajax-seizoen tot de laatste druppel leegdrinken. Op herkenbare wijze en recht uit het hart geschreven, en deels op waarheid berust.

Autoliefhebber Zlatan

Hoofdpersoon Daan heeft zijn club onvoorwaardelijk op één staan. Daarna komt zijn vriendin, en dan pas werk – in zijn ogen een noodzakelijk kwaad, want Ajax gaat voor. Hij schraapt zijn seizoenkaart en trips naar Europese uitwedstrijden bijeen in een museumwinkel, maar als hij voor datzelfde salaris krantenadvertenties of autoverzekeringen moet verkopen, doet hij dat net zo lief. Daan geeft niet om luxe vakanties en dure auto’s, zoals de spelers op het veld. Van hen maakt het Zweedse racemonster van de ringweg A10 dan al geen deel meer uit: publiekslieveling en grootafnemer van auto’s en autoverzekeringen Zlatan Ibrahimović is op het laatste moment verkocht aan Juventus, tot woede van Daan en zijn gabbers.

Stadiondieren

Die heten in het boek kortweg JJ, Meijer en Neus. Naast hun liefde voor Ajax delen ze een voorkeur voor bier en onbereikbare vrouwen. Niks menselijks is de mannen vreemd, behalve dan hun bijna dwangmatige aanwezigheid bij wedstrijden die ze al bij voorbaat kansloos achten. “Waarom doen we dit nog?” is een zin die vaak weerklinkt. Niet zo vreemd: we schrijven het seizoen 2004-2005, waarin voor Ajax zo’n beetje alles misgaat. Het frappante is dat de vier vrienden ondanks het geknoei op het veld niet alleen hun humor bewaren, maar ook een zichtbare ontwikkeling doormaken. De loyaliteit, niet alleen die aan de club maar ook aan vrienden en geliefden, loopt als rood-witte draad door het verhaal. Wel tussen alle capriolen, flauwe grappen en biertjes door natuurlijk, want Daan, JJ, Meijer en Neus blijven in de eerste plaats stadiondieren.

Kritisch en sarcastisch

Alles dat in Pots recentere boek Het Nieuwe Ajax klopt als een spelersbus van sponsor Oostenrijk, rammelt in Vak 127 aan alle kanten. De ploeg, de trainer, het beleid, het logo. Ook in een flashback naar 1995 is er frustratie omdat veel fans met een klein budget door reisbureau Roever worden uitgesloten van het bijwonen van de Europacupfinale in Wenen. Vak 127 is vooral een lekker weg lezende roadmovie op papier. Naar een troosteloos Kerkrade, een met literpullen bier overgoten München, een zorgeloos Liverpool en een ijskoud Turijn. Bijna overal halen de spelers op het veld het slechtste in de vier vrienden naar boven, maar dat is precies wat het boek zo grappig maakt: de immer kritische Ajacied met zijn sarcastische grappen.