In de papieren versie van het Algemeen Dagblad staat een lijst met maar liefst tien redenen waarom Ajax aan het einde van dit seizoen haar landstitel heeft geprolongeerd. Het gaat hierbij om onder andere de wederopstanding van Jan Vertonghen, de inmiddels wekelijkse ‘nul’ en nog acht andere. Hieronder een overzicht:

1. Flow
Frank de Boer nam het woord al vaker in de mond: flow. “We moeten zorgen dat we in een flow terecht komen. Dan gaan de acties vanzelf en dus sneller, zonder daarbij veel na te denken. Bovendien krijgen spelers meer vertrouwen en voelen ze ook geen pijntjes meer,” aldus de trainer van Ajax, die inmiddels kan vaststellen dat zijn team in een flow zit. Tegen PSV was er dominantie zonder al te veel kansen, zondag tegen Heracles reeg Ajax de mogelijkheden aaneen.

2. Het publiek
Middenvelder Theo Janssen zei over de sfeer tijdens de voor hem verloren kampioenswedstrijd Ajax – Twente vorig jaar op 15 mei: “Een aantal spelers van ons had al verloren toen zij de ArenA binnenkwamen, zo onder de indruk waren ze.” Zo zinderend als toen zal de atmosfeer niet snel meer zijn, maar de Ajax-spelers voelen steeds meer steun van de supporters. En opvallend: steeds meer fans doen mee als VAK 410 en de F-Side met liederen beginnen. “En als zij de komende weken zo’n sfeer kunnen creëren als tegen PSV of de kampioenswedstrijd tegen Twente, dan raakt iedere tegenstander geïmponeerd,” weet Janssen. “Je komt dan een geweldig stadion binnenlopen met enorm veel herrie

3. ‘De nul’
Er was een periode dat Kenneth Vermeer altijd wel een keertje moest vissen. Hoe goed de doelman ook zijn best deed, er ging er telkens wel eentje in. Vaak niet eens zijn schuld. De eerste tien competitiewedstrijden slaagden de Amsterdammers er niet in achterin ‘de nul’ te houden. En incidenteel viel de deur achterin wel erg wijd open, zoals bij FC Utrecht (6-4). Vermeer kreeg kritiek, maar De Boer bleef vertrouwen in hem houden. Dat werd door zijn doelman, in eendrachtige samenwerking terugbetaald met ‘de nul’ tegen RKC (3-0), ADO Den Haag (0-2), PSV (2-0) en Heracles (6-0).

4. Vertonghen
Het is geen toeval: de wederopstanding van Ajax houdt gelijke tred met de echte doorbraak van Jan Vertonghen. De Belgische international slaagde er voor de winterstop niet in het team op sleeptouw te nemen. Hij liep Theo Janssen in de weg en bezondigde zich achterin aan slordigheden en foutjes. Of het nu de misser tegen FC Utrecht was, de lompe sliding die Feyenoord een penalty opleverde of het hautaine hakballetje tegen Vitesse, Vertonghen worstelde met zichzelf. “Als ik goed speel is het fantastisch, speel ik slecht ziet het er ook slecht uit,” zei hij eerder. Maar de aanvoerder is de vormcrisis te boven, steekt regelmatig het veld over om zich met de aanval te bemoeien en scoort bovendien. Nog één treffer en dan nestelt hij zich naast zijn huidige trainer als de meest scorende verdediger in één seizoen van Ajax, namelijk acht. Nog belangrijker in deze fase: Vertonghen is weer de inspirerende leider. Betrouwbaar. Balvast. Krachtig. Met de uitstraling van een echte veldheer.

5. Jeugdopleiding
De jeugdopleiding. Die was niet goed. Johan Cruijff had het meermalen gezegd. Het niveau moest omhoog. Spelers moesten nog meer individuele training krijgen. Jaap Stam, Marc Overmars en Bryan Roy vervulden die rol nadrukkelijker op De Toekomst. “Ik leer veel van meneer Stam. Hoe je moet lopen, wanneer je moet instappen,” zei Ricardo van Rhijn laatst. De rechtsback, exponent van de jeugdopleiding, is het beste voorbeeld van de doorstroming van De Toekomst naar de ArenA. Van der Wiel viel weg, Van Rhijn kwam en stond er eigenlijk meteen. De selectie van Ajax was aan krapte onderhevig, maar De Boer zette de jeugd in met Van Rhijn, Blind, Koppers, Lukoki, Ebecilio en Özbiliz. Met wisselvalligheid, maar ook met rendement. Neem de solide optredens van Van Rhijn of de treffers van Ebecilio. Het bizarre: Ajax speelt al weken met een basisteam waarvan tien spelers uit de eigen opleiding komen.

6. Spelers terug
Blessures. Ajax barstte ervan. De ‘populairste’: de hamstring. Boilesen, Alderweireld, De Jong, Ooijer, Janssen, wie hadden er geen last van? Minder bekend: het vermoeidheidsbreukje. Kolbeinn Sigthórsson (enkel) en Derk Boerrigter (rug) hadden er last van, terwijl Gregory van der Wiel liesklachten bleef houden. Miralem Sulejmani (knie) komt niet meer in actie dit seizoen, maar de drie eerder genoemden wel. Sterker nog, ze zíjn al terug. Sigthórsson maakte zondag al zijn rentree in Ajax 1 tegen Heracles, Van der Wiel en Boerrigter kwamen gisteravond voor het eerst weer aan speelminuten met Jong Ajax tegen de beloften van Heracles. Wát een timing: precies op het moment dat Ajax bovenaan staat, heeft De Boer zijn selectie grotendeels op volle oorlogssterkte.

7. Anders trainen
Het kostte wat moeite, maar uiteindelijk kwam dit seizoen de aap uit de mouw. Niet de medische staf was debet aan het groot aantal blessures, maar de trainingsintensiteit. Een groot aantal spelers was ‘gewoon’ overbelast. “Dat kost de club miljoenen,” twitterde Raymond Verheijen gretig. “Het heeft ook te maken met onze trainingsmethode en spelsysteem. Het was moeilijk om de balans te vinden tussen trainen om beter te worden, systemen in te slijpen bij de spelers en het herstellen na de wedstrijden,” gaf Frank de Boer toe. De trainer deed aanpassingen. Dat werkte. Na de winterstop raakten spelers amper meer geblesseerd.

8. Geen beker of ‘Europa’
Trainer Frank de Boer vindt: “Als je bij Ajax speelt weet je dat je heel lang twee wedstrijden per week hebt. In Amsterdam wordt doorgaans op drie fronten gestreden: op het Europese podium, in de competitie en het bekertoernooi. Daar moet je nooit over zeuren, eerder blij mee zijn.” Desondanks lijkt het in de beslissende fase goed uit te komen voor Ajax dat – met een toch krappere selectie – geen Europese beslommeringen meer heeft en ook uit de beker is. Te bewijzen valt het niet, maar PSV verspeelde in de competitie éénmaal punten na een Europa League-wedstrijd, FC Twente deed dat twee keer en AZ zelfs driemaal.

9. Doelpunten
Met de 6-0 tegen Heracles behaalde Ajax zondag een dubbele overwinning. De club nestelde zich niet alleen op kop in de eredivisie, maar pakte eigenlijk nog een punt extra. Door het half dozijn treffers hebben de Amsterdammers nu het beste doelsaldo van de kanshebbers. Belangrijk gegeven: iedereen kan scoren bij de regerend landskampioen. Tegen de Almeloërs werden de doelpunten gemaakt door zes verschillende spelers.

10. Frank de Boer
Fikse blessuregevallen. Bestuurlijk gebakkelei. Het opstappen van zijn vriend Danny Blind. De aankondiging van het vertrek van de medische staf. Frank de Boer kreeg het nogal voor zijn kiezen dit seizoen. Maar hij schermde zijn ploeg af voor het gerommel binnen de club, voer zijn eigen koers en bewaarde te alle tijde de rust. “Ik heb met bewondering naar hem gekeken hoe hij met de hectiek omging,” stelde Jan Vertonghen in VI. “Als ik in die situatie had gezeten als trainer waren al mijn haren nu grijs geweest. De Boer kwam midden in de oorlog tussen Cruijff en Van Gaal te zitten en heeft zich in die situatie fantastisch opgesteld. Het zal heus aan hem gevreten hebben, maar richting de spelers heeft hij daar nooit wat van laten merken.”