In een mooi en emotioneel interview met De Telegraaf spreekt Donny van de Beek openhartig over zijn boezemvriend Abdelhak Nouri en de 34e landstitel. “Deze is voor Appie. Maar ik denk toch elke keer weer: ’wat was het toch mooi geweest als Appie erbij zou zijn.’ Dat laat me niet los”, begint de middenvelder te vertellen.

Nummer 34

“Appie was zó slim, hè? Hij kwam net bij het eerste en we zaten naast elkaar in de kleedkamer op De Toekomst. ’Ik vraag rugnummer 34, want de 34e landstitel, daar gaan wij voor zorgen’, zei hij”, vervolgt de Ajacied. “Na zijn hartstilstand bleef ik maar over zijn woorden nadenken en wist ik zeker dat ik Ajax pas zou verlaten als we een keer kampioen waren geworden. Ik moest en zou die 34e titel pakken. We voetbalden allemaal ook voor Appie. Naar dit kampioenschap heb ik zó verlangd.”

“Waarom hij?”

Van de Beek denkt, net als veel teamgenoten, nog dagelijks aan Appie. “Ik vraag me nog vaak af waarom hém dit nu moest overkomen. Ik gun natuurlijk niemand zulk leed, maar het lijkt wel of het altijd de goede mensen treft. Appie had het beste met iedereen voor en heeft dit absoluut niet verdiend. Het maakt me machteloos en boos.”

Blind: “Dit is wat ik wilde, het heeft fantastisch uitgepakt”