Na de aankondiging van het vertrek van de voltallige raad van commissarissen legt nu ook algemeen directeur Rik van den Boog zijn functie neer. Daarmee is de Ajax-top nagenoeg onthoofd en wordt de weg vrijgemaakt voor Johan Cruijff die binnen de club een revolutie heeft ontketend.

Het besluit van Rik van den Boog om zijn functie neer te leggen, komt niet als een verrassing. Al weken speelde hij met de gedachte om te stoppen. ‘Maar ik bleef strijdvaardig en ben dat eigenlijk nog, maar er moet wel iets voor Ajax te winnen zijn. En dat voelde niet meer zo, aldus Van den Boog vandaag in het AD.

‘Het ging eigenlijk nergens over’
‘Ik ben teleurgesteld dat het zo heeft moeten lopen, want eigenlijk ging het nergens over,’ stelt Van den Boog, wiens vertrek niet los gezien kan worden van de revolutie van Johan Cruijff. De clublegende wil de jeugdopleiding hervormen, schreef een rapport dat de club in tweeën splitste. De plannen leidden tot een botsing tussen Cruijff en de directie over het technisch beleid.

Cruijff heeft veel pijn gedaan’
‘Cruijff heeft de jeugdopleiding van Ajax gedestabiliseerd,’ vindt Van den Boog, die al eerder vaststelde dat de voormalige nummer veertien fatsoensgrenzen overschreed. ‘De verkeerde mensen zijn veel pijn gedaan. In bestuurlijk opzicht zijn er alleen maar verliezers.’

De directeur, zo stelt hij, kan zijn functie niet meer uitvoeren na al de ontwikkelingen rond het rapport. ‘Die hebben mij ook persoonlijk geraakt. Het maakt het voor mij als eindverantwoordelijke onmogelijk om belangrijke beslissingen te nemen die over de komende jaren gaan. Hierdoor kan ik mijn functie niet meer naar behoren uitoefenen,’ aldus Van den Boog, die op 1 januari 2009 in dienst trad bij Ajax, de club waar hij als voetballer de jeugdopleiding doorliep en een contract afdwong.

‘De dubbel ultieme revanche’
Een zware blessure noopt hem al vroeg te stoppen met voetballen. Van den Boog: ‘Of er nu iets van me afvalt? Nou, nee. Misschien als we straks kampioen zijn, dat er dán iets van me afvalt. De dubbel zou trouwens de ultieme revanche zijn.’