© Proshots

In 2010 bereikte het Nederlands Elftal de finale van het WK in Zuid-Afrika. Oud-Ajacied Gregory van der Wiel was basisspeler op zijn eerste Wereldkampioenschap. De rechtsback was één van de twee Ajacieden in de finale. “Het is iets waar ik altijd van droomde, en dan is het opeens realiteit”, vertelt Van der Wiel op Ajax.nl.

Toen Van der Wiel met Oranje in 2010 naar Zuid-Afrika afreisde was de toenmalige Ajacied 22 jaar oud en had tien interlands op zijn naam staan. Nu, acht jaar later, speelt de inmiddels 30-jarige verdediger in Canada voor Toronto FC. De 46-voudig international is trots dat hij deel uitmaakte van het elftal dat de finale haalde.

“Het toernooi was erg bijzonder. Het was al mooi om in het Nederlands elftal te mogen spelen, maar spelen op een WK, dat kan niet iedereen zeggen. Ik was 22 jaar en zat nog bij Ajax, maar speelde samen met jongens die een stuk ouder waren en al een carrière bij grote clubs achter hun naam hadden. Opeens stond ik op een wereldtoneel, dat was heel speciaal.”

Tijdens zijn periode bij Ajax kende hij de druk dat elke wedstrijd gewonnen moest worden. Bij het Nederlands Elftal was dat niet anders. “In Nederland zijn de verwachtingen altijd hoog, haha. Bij elk groot toernooi verwachten onze fans een winst, dat was in 2010 niet anders.”

De sfeer tijdens het WK in Zuid-Afrika zal Van der Wiel nooit vergeten. “Telkens als we met de bus terugkwamen bij het hotel ging al het personeel buiten staan. Lokale mensen die dansjes deden en muziek maakten. Die Afrikaanse sfeer was super leuk om mee te maken. Op de straten was iedereen vrolijk, dat herinner ik me nog goed. En we moeten natuurlijk niet de Vuvuzela’s vergeten! Ik weet nog wel dat het soms lastig was om een medespeler op 2 of 3 meter afstand te verstaan.”

In de kwartfinale was Brazilië de tegenstander. Een wedstrijd van een ander kaliber. “Ze hebben altijd wereldspelers en een van de beste teams ter wereld. Als je echt ver wil komen op het WK moet je ploegen als Brazilië verslaan. Het was heel bijzonder om tegenover spelers als Luis Fabiano, Robinho en Kaká te staan. Vandaag de dag is de wedstrijd tegen Brazilië nog steeds een van de mooiste die ik gespeeld heb. Het is niet normaal hoe die wedstrijd gelopen is. De 1e helft kwamen we op achterstand, maar in de 2e helft hebben we het omgedraaid.”

Uiteindelijk haalde Oranje de finale tegen Spanje. Het was de derde keer in de geschiedenis van het Nederlands Elftal. “Het is iets waar ik altijd van droomde, en dan is het opeens realiteit. Naarmate de finale dichterbij kwam, kwam ook de spanning. Ik had nog niet veel internationale ervaring, de WK-finale is de grootste wedstrijd die je kan spelen. Toen we het veld opliepen, dacht ik wel even: wow, dit is echt heel bijzonder. Overal in het stadion waren lichtjes te zien.”

Het WK had niet het gewenste einde. Arjen Robben kreeg dé kans, maar de teen van Iker Casillas zat dwars. Van der Wiel: “Het enige wat je kan doen op zo’n moment is hopen. Hopen dat die bal erin gaat. Als hij dan via de teen van Casillas naast gaat, breekt je hart op dat moment.” Toch kreeg Oranje een rondvaart door de grachten. “Het voelde alsof we het WK hadden gewonnen, het was echt een gekkenhuis.”