Ajax heeft dankzij een prachtige 3-1 overwinning op Manchester City de laatste plaats in de Champions League-groep afgestaan. De Amsterdammers bogen een achterstand om en wisten de voorsprong dankzij sterk verdedigend optreden vast te houden.

Ajax behaalde in de eerste twee wedstrijden nul punten en moest dus een goed resultaat neerzetten thuis tegen Manchester City. De Engelse landskampioen draait, net als de Nederlandse equivalent , stroef in de competitie en was dus niet per definitie de gedoodverfde winnaar.

Met Christian Eriksen verrassend in de punt van de aanval begon Ajax voortvarend, zoals wel vaker in de Champions League. De Amsterdammers lieten de bal goed rond gaan en creëerden na zo’n acht minuten de eerste mogelijkheid. Lasse Schøne nam een voorzet met de borst aan en legde vervolgens goed terug op Eriksen. Het Deense onderonsje eindigde met een schot dat net langs de kruising suisde.

De eerste twintig minuten waren voor Ajax. Ryan Babel, Siem De Jong en Eriksen maakten beurtelings gebruik van de ruimte in het centrum. Echt grote kansen bleven uit, een nieuwe afstandspoging van de jonge Deen daargelaten. Manchester City had tot dat punt nog geen mogelijkheid gehad, maar bij de eerste de beste uitbraak was het raak.

De Engelsen kwamen er bij een overname razendsnel uit en bracht de Ajax-defensie direct in grote verlegenheid. De naar binnen getrokken Ricardo van Rhijn was zijn tegenstander Samir Nasri helemaal kwijt en zag de Fransman doodeenvoudig de bal in de verre hoek krullen na een pass van James Milner.

Het vertrouwde patroon van goed spelen en vervolgens de deksel op de neus krijgen leek dus alweer in de maak. Ook op het veld zorgde de 0-1 achterstand voor een verschuiving van de verhoudingen. Micah Richards mocht vrij inschieten maar zag zijn inzet op de handen van Kenneth Vermeer belanden. De Jong gaf de ArenA vlak voor rust vervolgens reden tot juichen. De aanvoerder nam een lage voorzet van Van Rhijn op randje zestien in een keer op de slof en werkte de bal met hoge snelheid achter Joe Hart.

De hoop op de eerste punten was dus helemaal terug. Het publiek ging er in de tweede helft maar eens extra achter staan en kreeg elf minuten na de theepauze net als de spelers loon naar werken. Niklas Moisander etaleerde bij een corner van Eriksen maar weer eens zijn kopkunsten en zag dit beloond worden met de 2-1.

Vanaf dit moment ontstond er een heerlijke open wedstrijd. City gaf steeds meer ruimte weg in de zoektocht naar de gelijkmaker en Eriksen strafte dit twintig minuten voor tijd meedogenloos af. De dribbelaar werkte zich in de omschakeling langs een aantal bonkige Citizens en schoot dankzij een voetje van Gael Clichy de bal binnen.

Roberto Mancini trok hierop het blik met steraanvallers open. Carlos Tévez en Mario Balotelli vergezelden Edin Džeko en Sergio Aguero, terwijl Eyong Enoh voor een slot op de deur moest zorgen aan Amsterdamse zijde. Het op en neer golvende spel resulteerde in tal van mogelijkheden. Džeko worstelde zich een paar keer in scoringspositie maar vond telkens Vermeer. Aan de overzijde liet Joe Hart op zijn beurt zien niet voor niets de sluitpost van het Engelse elftal te zijn na pogingen van Babel en Sana.

In tegenstelling tot de wedstrijd tegen Heracles Almelo hield de defensie van Ajax in de slotfase nu wel stand. Door de 3-1 overwinning doet Ajax de laatste plaats in de groep over aan Manchester City. De return vindt op 6 november plaats in het Etihad Stadium.