Johan Cruijff is exact wat Ajax op dit moment nodig heeft, zo schrijft Youp van ‘t Hek vandaag in zijn column voor NRC Handelsblad. De cabaretier staat vierkant achter het legendarische clubicoon, zelf al was die onfatsoenlijk geweest in zijn bejegening van bijvoorbeeld Uri Coronel. “Het was ruzie, Uri, en ruzie gaat nooit zachtzinnig. In ruzies wordt gedreigd en gescholden. Zeker in voetbalruzies,” aldus Van ‘t Hek.

De bewuste column, getiteld ‘Paniekvoetbal’:

Mijn absolute dieptepunt als Ajax-supporter? Toen afgelopen augustus de moddervette Mido een contract kreeg. Negentig kilo cafébezoek kwam nog even wat geld opstrijken. Ik hoorde van mensen binnen Ajax dat ze de Egyptenaar, die tien jaar geleden als achttienjarig jochie een wedstrijdje of dertig bij Ajax speelde, niet eens herkenden. Er waggelde iets vadsigs door de gang, een dikke schoonmaker, een wildvreemde meneer die enthousiast reageerde op oude bekenden. Maar niemand zag wie hij was. Hij moest zijn eigen naam noemen. Mido! Hij kwam daar voetballen. Handjeklap tussen Martin Jol en een of andere malafide zaakwaarnemer. Mido? Mido? Niemand geloofde hem. Hij moest zijn paspoort laten zien. Als bewijs. Bewijs dat hij Mido was.

Toen wist ik: de club is ziek. Doodziek. Als de voorzitter en/of de directeur van Ajax dit niet kunnen tegenhouden, dan klopt het niet. Ajax, de trots van Amsterdam, de club met de overvolle prijzenkast, ooit de kampioen van Europa en de wereld, heeft een spits met een gigantisch overgewicht.

Vriendje van een vriendje van de trainer. Daklozenopvang. De bank, waar de man de komende maanden vooral op terecht zou komen, werd door een timmerman verstevigd. Dat er stoelpoten uit de bestuurskamer voor gebruikt werden, wist het bestuur toen nog niet. Eindhovense vrienden sms’ten mij in die tijd of Weight Watchers de nieuwe sponsor werd. Burger King kon ook.

Het was het moment waarop ik als supporter wist: revolutie. En wel zo snel mogelijk. Geen rapporten meer, geen nieuwe beloftes, geen mooie woorden en zeker geen commissies. Een ander bestuur en een andere directie. Mensen die ingrijpen als het mis gaat. Echt mis. Mensen die nooit, maar dan ook nooit toestaan dat er bij een voetbalclub moddervette Mido’s door de catacomben sjouwen. Woensdag was het zover. Zachtzinnig is het niet gegaan. Er zijn koppen gerold en er zullen er nog een stuk of wat vallen. Of het ordinair ging?

Ja. Zoals bij alle revoluties. Verkeerde namen zijn er ook genoemd. Die van Danny Blind en David Endt. Koppen die niet gaan rollen. Domweg omdat niemand dat wil. Morgen zingt het stadion: „Danny Blind, wie kent hem niet? Danny Blind, Danny Blind is een echte Ajacied.” En dat zingen de supporters morgen ook voor David. En ik zing mee. Als de rook is opgetrokken en het stof is neergedwarreld, zitten zij gewoon nog op hun plek. En terecht. Dat weet Cruijff ook.

Alles ligt inmiddels op straat. Het oude bestuur en de nog zittende directie hebben de sms’en, mails en uitgetikte voicemails van het kamp Cruijff aan het AD gegeven. Netjes? Nee! Paniekvoetbal in blessuretijd.

Cruijff staat 7-3 voor en de scheids ademt in om af te blazen. Wel heerlijk die kromme voetbaltaal van de Messias en zijn apostelen. Genot om te lezen.

Poëzie pur sang. Cruijff en consorten corresponderen al jaren via De Telecruijff. Nooit een kritisch woord over Johan in deze wakkere krant. Dat maakt dat soort journalistiek zo sneu en geestig tegelijk. Het is een smerige oorlog, maar voor supporters en columnisten is het smullen. Wat zijn rancune, wraak, kinnesinne, jaloezie en macht toch een heerlijke ingrediënten voor een gastronomisch mediamaal. Schitterend autistencircus, die voetbalwereld.

Moest erg lachen om de terugtredende Uri Coronel, die ging vertellen wat voor dreigende taal de tegenpartij had uitgeslagen. Het was ruzie, Uri, en ruzie gaat nooit zachtzinnig. In ruzies wordt gedreigd en gescholden. Zeker in voetbalruzies.

Of ik voor Cruijff ben? Ja! Er moet iets gebeuren en het bestuur van zachte heelmeesters heeft te lang gedraald. Te softe plucheklevers. Te lang te veel ijdele John Jaakkes rond de bestuurskamer. Het gaat er nu hard aan toe, misschien zelfs te hard, maar een dikke plaat verdient een stevige moker.

Wat er moet gebeuren? Ajax moet weer een voetbalclub worden. Geen sovjet met zeven verschillende, stroperige bestuursorganen. Weg van de beurs en terug op het veld! Voetballen. Naar voren. Goaltjes maken. Jonge, dartele spitsen en nooit, maar dan ook nooit meer een nijlpaard als Mido op de bank.